Skip to content
Een overzicht van veel gestelde vragen over materialen en technieken. Misschien vindt u hier het antwoord op uw vraag.

MEDIUMS, OPLOSMIDDELEN, SCHOONMAKEN,OLIEVERF

  1. Waar worden oplosmiddelen nog meer voor gebruikt?
  2. Waarom zijn er zo veel verschillende mediums voor dezelfde verf
  3. Wat is het verschil tussen terpentijn en terpentine?
  4. Wat doet een oplosmiddel m.b.t. de verf ?
  5. Wat is White Spirit en waarom staat er op flessen terpentijn van Engelse merken het woord "terpentine"?
  6. Wat is een medium en waarom gebruik je dat?
  7. Wat is de functie van het gebruik van vulstoffen?
  8. Wat doet een bindmiddel?
  9. Wat is het verschil tussen terpentine, gezuiverde terpentine en reukloze terpentine?
  10. Wat is het verschil tussen gezuiverde en gebleekte lijnolie?
  11. Wat is gekookte lijnolie en wanneer wordt deze olie gebruikt?
  12. Wat is het verschil tussen terpentijn en venetiaanse terpentijn?
  13. Wat is het verschil tussen het lichte Siccatief Courtrai en het donkere Siccatief Harlem?
  14. Hoe gebruik ik een alkydmedium?
  15. Wat is standolie en wanneer wordt deze olie gebruikt?
  16. Wat is het verschil tussen schilders-terpentijn en gerectificeerde terpentijn?
  17. Moet er bij het schilderen met olieverf een medium worden gebruikt?
  18. Wanneer kan papaverolie worden gebruikt?
  19. Wat is Venetiaanse terpentijn en wanneer gebruik ik het?
  20. Olieverfmedium: wat is dat en waar dient het precies voor?
  21. Mag bij gebruik van een sneldrogend medium ook nog siccatief worden toegevoegd?
  22. Kan een siccatief onbeperkt worden toevoegd?
  23. Waardoor wordt de snellere droging van een sneldrogend schildermedium veroorzaakt?
  24. Wanneer wordt glaceermedium gebruikt?
  25. Hoe werkt sneldrogend medium?
  26. Waarvoor dient een siccatief?
  27. Wat is Painting paste (schilderpasta) en wanneer en hoe wordt dit medium gebruikt?
  28. Schoonmaken van schilderij
  29. Kan Gesso met acrylverf worden gekleurd en dan als ondergrond voor olieverf gebruikt worden?
  30. Waar kunnen we met olieverf op schilderen?
  31. Is Modeling Paste geschikt als ondergrond voor olieverf?

Waar worden oplosmiddelen nog meer voor gebruikt ?
Oplosmiddelen worden gebruikt om mediums en vernissen vloeibaar te houden en te verdunnen, om gereedschap en penselen te reinigen en ook voor het verwijderen van oude vernislagen. (terug)

 

Waarom zijn er zo veel verschillende mediums voor dezelfde verf?
Mediums worden niet alleen gebruikt om de verf te verdunnen, maar ook om bewust de eigenschappen van verf te beïnvloeden. Aan mediums kan een matteringsmiddel worden toegevoegd zodat de verf matter wordt. Je hebt speciale gelmediums om acrylverf in hele dikke reliëfs te kunnen opzetten. Er zijn speciale glaceermediums voor olieverf en ook voor acrylverf om de verf gemakkelijk in hele dunne lagen te kunnen schilderen, zonder dat de penseelstreek zichtbaar blijft. Sneldrogende en traagdrogende mediums beïnvloeden de droogtijd van de verf. Sommige olieverfmediums bevatten een klein percentage hars om de verflaag te versterken. (terug)

 

Wat is het verschil tussen terpentijn en terpentine?
Terpentijn en terpentine zijn beide oplosmiddelen voor olie en hars. Terpentijn is een vloeistof die gewonnen wordt uit pijnbomen door droge destillatie van het naaldhout, veelal uit Italië of Frankrijk. Ofschoon terpentijn een natuurproduct is en de harsachtige geur door menigeen wordt gewaardeerd, is de schadelijkheid groter dan die van terpentine. Ook de werking (vetoplossend vermogen) is sterker. Terpentine is een destillaat van aardolie, is vrij zuiver en 100% vluchtig. Omdat de schadelijkheid minder is dan die van terpentijn en de prijs bovendien gunstiger, is het raadzaam terpentine te gebruiken om gereedschappen te reinigen. (terug)

 

Wat doet een oplosmiddel m.b.t. de verf?
Sommige bindmiddelen zijn van zichzelf vloeibaar (lijnolie, saffloerolie etc). Om verf te maken is het voldoende het pigment zeer goed met het bindmiddel te vermengen door intensief roeren gevolgd door intensief wrijven of walsen. Andere bindmiddelen zijn van zichzelf niet vloeibaar en kunnen alleen in opgeloste vorm samen met pigment een pasteuze of vloeibare verf vormen. Dat geldt b.v. voor alkyd- en acrylaathars, arabische gom en dextrine. Oplosmiddelen zijn dus soms noodzakelijk om verf te maken en oplosmiddelen kunnen gebruikt worden om de verf "dunner" te maken. De bekendste oplosmiddelen zijn: Water voor Arabische gom, acryl en dextrine terpentijn en terpentine voor (lijn)olie, alkydhars, natuurhars. (terug)

 

Wat is White Spirit en waarom staat er op flessen terpentijn van Engelse merken het woord "terpentine"?
De verwarring m.b.t. de benaming van terpentijn en terpentine is een taalprobleem. Het oplosmiddel dat uit naaldhout gewonnen wordt heet Terpentijn (Ned.), Terpentine (Eng.), Essence térébenthine (Frans). Het oplosmiddel dat uit petroleum (aardolie) gewonnen wordt heet Terpentine (Ned.) White spirit (Eng.) Essence de petrol (Frans) Verder is er nog verwarring over het verschil tussen terpentijnolie, terpentijn en boomterpentijn. Deze drie namen worden gebruikt voor dezelfde vloeistof, alhoewel sommige mensen suggereren dat er verschil zou zijn tussen die drie. (terug)

 

Wat is een medium en waarom gebruik je dat?
Medium is in principe een mengsel van oplosmiddel en bindmiddel. In het algemeen gebruik je medium om de verf soepel te houden of soepeler (dunner, vloeibaarder) te maken zonder dat de eigenschappen van de verf (droogtijd, glansgraad) veranderen. Als je verf verdunt met alleen een oplosmiddel (water, terpentijn, terpentine) dan maak je de verf schraal en de droogtijd en glansgraad van de verf zullen veranderen. Daarom is het verstandig om bij het verdunnen van de verf ook bindmiddel, samen met het oplosmiddel te gebruiken. Medium is altijd een mengsel van bindmiddel en oplosmiddel in een zodanige verhouding dat de eigenschappen van de verf zo min mogelijk beïnvloed worden. Voor het aanlengen van verf is het dus sterk aan te raden een medium te gebruiken. Eventueel kan je het medium nog iets verdunnen met wat extra oplosmiddel, of juist iets sterker maken door wat extra bindmiddel (lijnolie, Arabische gom, acrylbinder, etc.,) toe te voegen. Als je verf met alleen binder (olie, acrylbinder) verdund beïnvloed je ook de eigenschappen van de verf. De verf wordt dan vetter of minder soepel. (terug)

 

Wat is de functie van het gebruik van vulstoffen?
Soms gebruiken we een vulstof om ook transparante kleuren dekkend te maken. We lengen de verf aan met een dekkende vulstof. Die dekkende vulstof zorgt er dan voor dat de verf dekkend is, zelfs al is er een transparant pigment gebruikt. Dat is b.v. het geval bij plakkaatverf . In andere gevallen wordt een vulstof gebruikt om de verf goedkoper te maken. De verf wordt al het ware aangelengd met een goedkope smeerbare substantie, zodat je wel een volle pot of tube hebt, maar niet vol met alleen goed pigment en bindmiddel. Onnodig om te vertellen dat zulke verf kleurkracht mist en dat je daar dus eigenlijk niet lekker mee kan schilderen. (terug)

 

Wat doet een bindmiddel?
Een bindmiddel zorgt ervoor dat de kleur (het pigment) hecht aan de ondergrond. Het bindmiddel bepaalt dus niet de kleur van de verf, maar wel of een verf een olieverf is of een acrylverf, of een plakkaatverf of een waterverf. Bij olieverf is het bindmiddel een olie of een in terpentijn oplosbare hars of een combinatie van beide. Bij acrylverf is het bindmiddel een in water oplosbare acrylaathars Bij plakkaatverf is het bindmiddel dextrine (een zetmeel- of celluloseproduct). Bij aquarelverf is het bindmiddel Arabische gom. (terug)

 

Wat is het verschil tussen terpentine, gezuiverde terpentine en reukloze terpentine?
Gewone terpentine, een destillaat van aardolie, is vrij zuiver en 100% vluchtig. Het is geschikt voor het reinigen van uw olieverfpenselen, paletmessen e.d., mits u daarna uw penselen ook nog uitwast en behandeld met penseelzeep om de bijtend-ontvettende werking van terpentine te compenseren extra gezuiverde terpentine wordt ook wel essence de petrol genoemd en is zuiverder dan gewone terpentine en daarom meer geschikt als verdunner voor olieverf en/of het verwijderen van oude vernislagen. Reukloze terpentine is zoveel mogelijk ontdaan van bestanddelen (aromaten) die verantwoordelijk zijn voor de geur en de schadelijkheid en daarmee de minst agressieve van de oplosmiddelen en dus ook minder schadelijk en hoofdpijnverwekkend dan gewone terpentine. Omdat de aromaten in terpentine tevens verantwoordelijk zijn voor het vetoplossend vermogen is de werking van reukloze terpentine minder sterk, maar ruim voldoende om penselen en gereedschappen te reinigen. Reukloze terpentine is niet geschikt voor het verwijderen van droge vernislagen. Voor het verdunnen van kunstschilderverf en andere belangrijke toepassingen adviseren extra gezuiverde reukloze terpentine (Sansodor). (terug)

 

Wat is het verschil tussen gezuiverde en gebleekte lijnolie?
Bij de goede kwaliteiten lijnolie wordt gebleekte lijnolie gemaakt door gezuiverde lijnolie bloot te stellen aan (zon)licht. De lijnolie wordt daardoor lichter van tint. Als gebleekte lijnolie daarna in het donker bewaard wordt verliest het weer zijn lichte tint en wordt weer iets donkerder. Wordt de olie weer in het licht gezet dat wordt de olei weer helderder enz. enz. Dit proces is eindeloos omkeerbaar, zelfs als de olie in de verflaag is opgenomen en deels gedroogd is. Een vrij jong schilderij dat in het donker bewaard wordt wordt daarom iets donkerder van tint en wordt weer lichter van tint als het schilderij in jet licht gehangen wordt. Bij oudere schilderijen vermindert dat effect omdat de olie na droging (=oxidatie) minder gevoelig is voor de invloed van licht. Bij mindere kwaliteit lijnolie wordt de olie soms kunstmatig gebleekt met bleekmiddelen. Dat maakt de olie ongeschikt voor kunstschildersdoeleinden. (terug)

 

Wat is gekookte lijnolie en wanneer wordt deze olie gebruikt?
Gekookte lijnolie is een sneldrogende lijnolie. De benaming "gekookt" is eigenlijk niet juist, de olie wordt beneden het kookpunt verhit. Dit gebeurt onder toevoeging van siccatieven en de olie kan dan ook gebruikt worden als ingrediënt om een sneldrogend schildermedium samen te stellen. Bij gebruik van gekookte lijnolie, puur of als ingrediënt van een zelfgemaakt medium. mogen i.v.m. de duurzaamheid van de verffilm nooit extra siccatieven worden toegevoegd. (terug)

 

Wat is het verschil tussen terpentijn en venetiaanse terpentijn?
Terpentijn is vluchtige vloeistof en een krachtig oplosmiddel waarin harsen en olie kunnen worden opgelost. Terpentijn wordt gewonnen uit naaldhout (dennehout, larix) door droge destillatie. Terpentijn wordt ook wel terpentijnolie genoemd. Terpentijn is chemisch gezien een vluchtige koolwaterstof (pineen), vermengd met harsachtige stoffen. Gerectificeerde terpentijn is zuiverder en bevat dus minder harsachtige stoffen. Venetiaanse terpentijn is de hars die direct afgetapt wordt van naaldbomen bij voorkeur van de Larix. Venetiaanse terpentijn bevat naast de Larixhars ook ongeveer 20-25% terpentijn (het oplosmiddel), anders zou de hars niet vloeibaar zijn. Venetiaanse terpentijn werd en wordt gebruikt als traagdrogend medium speciaal geschikt voor glaceer-technieken. (terug)

 

Wat is het verschil tussen het lichte Siccatief Courtrai en het donkere Siccatief Harlem?
Lichte siccatief, Siccatief Courtrai genaamd, versnelt vooral de dieptedroging. Deze siccatief bestaat uitsluitend uit een verdunning van metaalverbindingen en is dus een zuivere siccatief. In olieverf mag nooit meer dan 2% siccatief de Courtrai worden toegevoegd.

Donkere Siccatief Harlem, daarentegen versnelt de oppervlaktedroging. Siccatief Harlem bevat naast metaalverbindingen ook nog een bepaald percentage olie. Siccatief Harlem is dus vetter en zou een zeer snel drogend medium genoemd kunnen worden. In olieverf mag nooit meer dan 10% siccatief de Harlem worden toegevoegd.

De keuze van het type siccatief is afhankelijk van de opbouw van een schilderij. Omdat bij gelaagd schilderen altijd volgens de regel "vet over mager" moet worden gewerkt i.v.m. een goede onderlinge hechting van de verflagen, is het niet raadzaam om het vettere Siccatief Harlem in de onderlagen te gebruiken. Optimale hechting van een volgende laag zal bovendien minder goed mogelijk zijn door de versnelde droging van de oppervlakte van de film. Verkeerd gebruik van siccatief kan voor problemen zorgen. Behalve het drogingsproces, wordt door toevoeging van siccatief ook het verouderingsproces van het schilderij bespoedigd. Om problemen te voorkomen mag aan de verf nooit meer dan bovengenoemde %% siccatief worden toegevoegd. In het algemeen kan worden gesteld dat het gebruik van siccatieven tot een minimum beperkt moet worden. (terug)

 

Hoe gebruik ik een alkydmedium?
Alkydmedium kan als schildermedium en als glaceermedium worden gebruikt. Gebruikt als schildermedium moet de "vet over mager" regel worden gevolgd. Het medium is tamelijk vet en kan magerder worden gemaakt met een hoeveelheid terpentine of terpentijn. In de laatste laag en voor glaceertechnieken kan Alkydmedium puur worden gebruikt. Het is enigszins vergelend, verkort de droogtijd en verhoogt de duurzaamheid van de verffilm. De glans van de verf wordt iets hoger, de penseelstreek vervaagt. (terug)

 

Wat is standolie en wanneer wordt deze olie gebruikt?
Standolie wordt verkregen door lijnolie te verhitten zonder toevoeging van zuurstof. Er vindt geen oxidatie plaats. De olie wordt dikker doordat moleculen zich in groepen aan elkaar koppelen (polymerisatie). De honing-dikke standolie kan met terpentine of terpentijn worden verdund en vormt een flexibelere film dan gewone lijnolie. Traditioneel werd standolie gebruikt als glaceermedium, tegenwoordig voornamelijk als ingrediënt voor het zelf samenstellen van een medium. Het is een zeer vette olie en daarom met name geschikt voor toepassing in de laatste lagen. De kans op schroeien van de verf is minder dan met lijnolie, de droogtijd wordt verlengd en de glans verhoogd. (terug)

 

Wat is het verschil tussen schilders-terpentijn en gerectificeerde terpentijn?
Schildersterpentijn is de minder zuivere vorm en bevat meer hars en verontreinigingen dan gezuiverde (=gerectificeerde terpentijn) Gerectificeerde terpentijn of extra gezuiverde terpentijn is door verdere destillatie ontdaan van iedere vorm van verontreiniging en is nagenoeg 100% vluchtig. Voor het verdunnen van kunstschilderolieverf en andere veeleisende toepassingen adviseren wij gerectificeerde terpentijn. (terug)

 

Moet er bij het schilderen met olieverf een medium worden gebruikt?
Of er een olieverfmedium gebruikt moet worden is afhankelijk van de gevolgde techniek. In olieverf zijn in principe twee technieken mogelijk: 'Allaprima' en 'gelaagd schilderen'. 'Allaprima' wil zeggen dat het schilderij 'nat-in-nat' geschilderd wordt. Bij deze techniek worden de kleuren behalve op het palet ook op het schilderij zelf gemengd en kan de verf verdund worden met steeds hetzelfde oplosmiddel of hetzelfde medium, of kan de verf puur worden gebruikt. Gelaagd schilderen wil zeggen dat het schilderij opgebouwd wordt uit verschillende lagen. Een volgende laag kan pas opgezet worden als de voorgaande laag zo droog is dat ze niet meer oplost. Bij gelaagd schilderen moet een techniek worden gevolgd die bekend staat als 'vet over mager', hetgeen neerkomt op flexibel over minder flexibel. Voor de eerste laag wordt de verf verdund met terpentine of terpentijn. Nadat de eerste laag droog genoeg is, wordt de tweede verflaag aangebracht, verdund met schildermedium. Brengen we vervolgens een derde laag aan, dan moeten we een medium gebruiken dat vetter is dan in de vorige laag gebruikt is, teneinde de onderliggende lagen te voeden en sterker te maken. Wordt een schilderij opgebouwd uit meer lagen, dan moeten de mediums die gebruikt worden van mager in de onderste laag naar steeds vetter in de bovenliggende lagen. Als laatste laag wordt veelal een glacerende verflaag aangebracht.. Als glaceermedium kan gekozen worden uit Glaceermedium, Alkydmedium, Venetiaanse terpentijn of Standolie. Deze mediums zijn vetter een 'gewoon' schildermedium en doen de verf uitvloeien zonder penseelstreek. (terug)

 

Wanneer kan papaverolie worden gebruikt?
In vergelijking met lijnolie droogt papaverolie langzamer, is bleker, vergeelt minder en geeft minder kans op schroeien van de verf. Door deze eigenschappen kan een zelfgemaakt medium op basis van papaverolie gebruikt worden in combinatie met lichte kleuren bij de allaprima techniek. Papaverolie vormt echter een zwakkere film dan lijnolie en kan bij gebruik in de onderste lagen problemen geven voor de hechting van lijnolieverf in de volgende verflagen. Het is dan ook aan te raden om bij gelaagd schilderen papaverolie alleen te gebruiken in de laatste laag. (terug)

 

Wat is Venetiaanse terpentijn en wanneer gebruik ik het?
Venetiaanse Terpentijn is de hars (of balsem) die gewonnen wordt uit de larix (een naaldboom). De naam is ontstaan omdat de uit een Oostenrijkse larix gewonnen terpentijnbalsem vroeger verhandeld werd via Venetië. Venetiaanse terpentijn is dik vloeibaar omdat de hars is opgelost in ongeveer 25% terpentijn, waar de hars ook van nature (in de boom) in is opgelost. Dit traditionele glaceermedium wordt gewaardeerd om verwerkingseigenschappen die geleidelijke kleurovergangen positief beïnvloeden, maar bevordert de duurzaamheid van de verffilm niet. Het medium verhoogt de vloei en de glans van de verf, verkort enigszins de droogtijd, is licht vergelend en is verdunbaar met terpentijn of terpentine. Alleen gebruiken in de laatste lagen. Tegenwoordig gebruiken schilders liever glaceermediums op basis van moderne kunstharsen. Deze glaceermediums vergelen niet en zijn duurzamer dan de "klassieke" glaceermediums als venetiaanse terpentijn. Talens Glaceermedium is een voorbeeld van zo'n verbeterd glaceermedium. (terug)

 

Olieverfmedium: wat is dat en waar dient het precies voor?
Een medium is in het algemeen een mengsel van een verdunner (terpentijn of zuivere terpentine) een bindmiddel (lijnolie, alkydhars, saffloerolie) een of meerdere toevoegingen (matteringsmiddel, siccatief, etc.) Soms wordt een pure verdunner of een puur bindmiddel ook als medium gezien. Een medium heeft als doel één of meerdere eigenschappen van de verf te beïnvloeden en de verf geschikt te maken voor een bepaalde toepassing of een bepaald effect. Denk b.v. aan consistentie, glans, vloei, droogtijd, transparantie en duurzaamheid van de verffilm. (terug)

 

Mag bij gebruik van een sneldrogend medium ook nog siccatief worden toegevoegd?
Sneldrogende mediums bevatten al siccatief. De hoeveelheid siccatief in een sneldrogend medium is afgestemd op de hoeveelheid olie in dat medium. Daardoor is het af te raden nog meer siccatief te gebruiken. Behalve het drogingsproces, wordt door toevoeging van (te veel) siccatief ook het verouderingsproces van het schilderij bespoedigd. Voeg dus geen extra siccatief toe als u al sneldrogend medium gebruikt. (terug)

 

Kan een siccatief onbeperkt worden toevoegd?
Een siccatief is een oplossing van metaalverbindingen en dient voor versnelling van de chemische droging van de olieverf. Verkeerd gebruik van siccatief kan voor problemen zorgen. Behalve het drogingsproces, wordt door toevoeging van siccatief ook het verouderingsproces van het schilderij bespoedigd. Om problemen te voorkomen mag aan de verf nooit meer dan 2% Siccatief Courtrai worden toegevoegd en nooit meer dan 10% Siccatief Harlem. In het algemeen kan worden gesteld dat het gebruik van siccatieven tot een minimum beperkt moet worden. Snellere droging kan ook bereikt worden door de olieverf te mensen met Alkydmedium . Alkydmedium mag ook in grotere hoeveelheden aan olieverf worden toegevoegd. (terug)

 

Waardoor wordt de snellere droging van een sneldrogend schildermedium veroorzaakt?
Een gewoon schildermedium is een mengsel van oplosmiddel (terpentine en/of terpentijn), (lijn)olie en mogelijke toevoegingen zoals harsen. Het oplosmiddel verdampt uit de verf en de (lijn)olie is verantwoordelijk voor de droogtijd. De droging van lijnolie vindt plaats langs chemische weg. De olie neemt zuurstof op uit de lucht, waardoor de moleculen in stijve ketens aan elkaar gekoppeld worden. Dit proces neemt langere tijd in beslag en verklaart waarom olieverf langzaam droogt. Willen we nu dat de verf sneller droogt, dan moeten we iets bij de verf doen waardoor de olie sneller zuurstof op kan nemen. Dit gebeurt met behulp van oplossingen van bepaalde metaalverbindingen, siccatieven genaamd, die of direct of via een medium kunnen worden toegevoegd. Een sneldrogend medium bestaat dus uit dezelfde ingrediënten als een gewoon medium, maar met toevoeging van siccatieven. Siccatieven zijn ook puur te koop en kunnen bij verkeerde (te hoge) dosering problemen veroorzaken. De hoeveelheid siccatief in een sneldrogend schildermedium is veilig voor de duurzaamheid van het werkstuk. (terug)

 

Wanneer wordt glaceermedium gebruikt?
Glaceren is een speciale manier van "laag over laag" schilderen. Hierbij worden, zeker in de bovenste lagen, transparante kleuren gebruikt. Door de gebruikte kleur zie je dan ook nog de onderliggende kleuren. Het resultaat is dus dat je een samenvoeging, zeg maar menging van de kleuren van de bovenste lagen ziet, zonder dat de kleuren ook feitelijk gemengd zijn. Deze techniek kan prachtige kleurdiepte en een gloedvol resultaat opleveren. In een glacis mag geen penseelstreek zichtbaar zijn daar de penseelstreek van de onderliggende lagen door de transparante verf heen te zien is. Om dit effect te bereiken worden speciale mediums gebruikt die we glaceermediums noemen. Als glaceermedium kan gekozen worden uit Talens of 4art Glaceermedium, Venetiaanse terpentijn en Standolie. Deze mediums zijn vetter dan het schildermedium en doen de verf uitvloeien zonder penseelstreek. (terug)

 

Hoe werkt sneldrogend medium?
Sneldrogende mediums bevatten al siccatief. De hoeveelheid siccatief in een sneldrogend medium is afgestemd op de hoeveelheid olie in dat medium. Sneldrogend medium mag dus in elke hoeveelheid toegevoegd worden aan olieverf. Voegt u kleine hoeveelheden sneldrogend medium aan de verf toe dan droogt de verf iets sneller, maar zal de verf niet heel veel sneller drogen. De maximale droogtijdversnelling wordt bereikt als u ongeveer evenveel sneldrogend medium gebruikt als verf. Nog meer sneldrogend medium toevoegen is niet zinvol en niet aan te raden. (terug)

 

Waarvoor dient een siccatief? Een siccatief is een oplossing van metaalverbindingen en dient voor versnelling van de chemische droging van de olieverf. De droging van olieverf kan globaal gescheiden worden in oppervlaktedroging en dieptedroging. Afhankelijk van uit welke metaalverbindingen een siccatief is samengesteld, zal óf de dieptedroging, óf de oppervlaktedroging worden gestimuleerd. Snellere droging kan ook bereikt worden door de olieverf te mensen met Alkydmedium. (terug)

 

Wat is Painting paste (schilderpasta) en wanneer en hoe wordt dit medium gebruikt?
Painting paste, in de volksmond ook schilderboter genoemd, is een ongepigmenteerde (kleurloze) olieverf. Painting paste kan als medium kan in elke verhouding met olieverf worden gemengd zonder dat kleur en consistentie van de verf veranderen. Zo kan van zeer dure kleuren meer verf worden gemaakt. Verder kan painting paste worden gebruikt om schroeien van bepaalde kleuren in dikke lagen te voorkomen. Hiervoor is een mengverhouding van 1:1 voldoende. Painting paste vergeelt niet en verhoogt de duurzaamheid van de verffilm. De verf wordt wel iets matter en de droogtijd enigszins korter. Als nadeel geldt dat de kleurkracht en de dekkracht van de verf minder worden omdat de pigmentconcentratie verlaagd wordt. Er zit minder pigment in een streek verf als die verf aangelengd is met painting paste. (terug)

 

Schoonmaken van schilderijen

 

 

  1. Schoonmaken van schilderijen algemeen
    Het reinigen van schilderijen en/of het verwijderen van de oude vernislaag is in principe werk voor de vakman, zeker bij waardevolle schilderijen. Wil men er toch zelf aan beginnen, dan is grote voorzichtigheid geboden. Het schoonmaken van een schilderij is nog relatief eenvoudig als het gaat om een gevernist schilderij, waarbij de vernis nog goed is. in dit geval gaat het meestal enkel om het verwijderen van het oppervlaktevuil, dat bovenop de vernislaag zit. Als de vernis vergeeld of gebarsten is en u wilt de vernislaag verwijderen dan wordt het moeilijker, want u wilt wel de vernis verwijderen, maar niet de verflaag.Ook als een schilderij niet gevernist is, dan zal het schoonmaken van zo'n schilderij minder eenvoudig zijn. De verflaag, waar dat vuil dan direct op zit, moet natuurlijk geheel intact blijven.
  2. Schoonmaken van geverniste schilderijen (eventueel verwijderen van de vernislaag)
    Eerst een waarschuwing

    Afsponsen met water en zeep is sterk af te raden evenals het gebruik van waterhoudende middelen zoals aardappelen en uien, wat wel eens geadviseerd wordt. Water verdampt niet snel en kan daardoor via barstjes in de verflaag mogelijk doordringen tot de ondergrond en die doen zwellen en dat kan desastreus zijn voor het schilderij. Ook terpentine moet afgeraden worden, omdat terpentine sterk verschralend werkt en het schilderij "dof" kan maken.
    Dan de werkwijze:
    Stof eerst het geverniste schilderij voorzichtig af met een niet-pluizende doek. Niet wrijven, alleen voorzichtig afstoffen. Daarna kunt u het schilderij schoonmaken met 4art schilderijreiniger. Lees voor u dat doet eerst de gebruiksaanwijzing op de flacon en lees ook eerst de rest van dit verhaal. Wilt u geen kant en klaar schoonmaakmiddel gebruiken en/of u wilt ook de vernis verwijderen dan kunt u een van de volgende schoonmaak/oplosmiddelen gebruiken Het mildste schoonmaakmiddel voor een schilderstuk (en/of oplosmiddel voor de vernis) is gerectificeerde terpentijn. (nogmaals, gebruik geen terpentine = white spirit)
    Een prop watten wordt met terpentijn licht bevochtigd en zacht over het oppervlak gewreven. Probeer niet alle vuil en/of de vernis in één keer eraf te halen, het is beter de behandeling enige malen te herhalen. In het geval, waar terpentijn niet voldoet, kunt u zuivere isopropylalcohol, methanol, ethanol of medicinale alcohol gebruiken (géén brandspiritus). Het is en blijft oppassen geblazen want al deze oplosmiddelen kunnen ook de vernislaag of de verflaag aantasten. Probeer dus eerst een klein stukje, het liefst aan de zijkant van het schilderij om te zien of het oplosmiddel niet de verf aantast. Als deze oplosmiddelen niet werken gebruiken proffesionele schoonmakers soms nog sterkere oplossers als aceton of Tri Ammonium Citraat 3% (TAC)., maar dat is eigenlijk alleen voor echte vakmensen.
    Als u niet alleen het vuil verwijderd hebt, maat ook de vernislaag dan is het goed om het schilderij opnieuw te vernissen.
    Nog een extra tip:
    Het is niet slecht om enkele uren voordat u met terpentijn en/of alcohol gaat werken uw schilderij met lijnolie in te smeren. De olie weekt het vuil los en voorkomt verschraling van de onderlaag. Vóór het opnieuw vernissen moet wel alle olie verwijderd of geheel droog zijn. Het is spannend om te zien hoe een schilderij kan opknappen door vuil- en vernisafname, en door het weer aanbrengen van een nieuwe, heldere laag vernis.
  3. Ongeverniste schilderijen schoonmaken
    Ongeverniste olieverf en acrylschilderingen moeten extra voorzichtig worden behandeld worden op dezelfde wijze als geverniste schilderijen. Maar ... als er geschilderd is op een vel papier of een andere poreuze ondergrond dan is eigenlijk alleen heel voorzichtig afstoffen toegestaan en is verder schoonmaken het werk voor een restaurator. Ook als het schilderij met aquarelverf of gouache gemaakt is mag u eigenlijk alleen de schildering voorzichtig afstoffen met een niet pluizende doek en de rest van het werk over laten aan een vakman.
  4. Tenslotte nog een kleine verklaring van de oplosmiddelen

    Terpentine is een kleurloze vloeistof afkomstig van aardolie, het wordt ook wel Zware benzinegenoemd.
    Het engelse woord voor terpentine is "white spirit" het franse woord is "essence de petrol". Dit is een sterk verschralend oplosmiddel dat ongeschikt is voor het verdunnen van olieverf, kunstschildersvernissen en/of het schoonmaken van schilderijen.
    Terpentijn(olie) is een kleurloze heldere vluchtige olieachtige vloeistof. Terpentijn ontstaat door stoomdestillatie van terpentijnhars (de hars van naaldbomen) Het dient als verdunningsmiddel voor olieverven en diverse vernissen en wordt derhalve vaak als schoonmaakmiddel en oplosmiddel gebruikt. Alcohol is eigenlijk een verzamelnaam voor diverse "alcoholen".

    Ethanol is de drinkbare alcohol die in bier, wijn en sterke dranken zit.
    Ethanol is de stof die op natuurlijke wijze ontstaat als je suikers, die in alle voedingsmiddelen zitten, laat gisten in een plaats waar er onvoldoende zuurstof aanwezig is. Als je appelen, granen of druiven laat gisten, verkrijg je automatisch ethanol en koolstofdioxide. Iso-Propanol of iso-propyl-alcohol heeft een gelijkaardige werking als ethanol. Maar in tegenstelling tot ethanol lost het ook natuurlijke vetten op en heeft het weer een geringer oplossend vermogen voor sommige harsen en bindmiddelen.

    Methanol wordt gebruikt in industriële alcohol en als anti-vriesmiddel en oplosmiddel. Het is giftig voor de mens.
    Methanol beschadigt ook de oogzenuw, met soms blindheid als gevolg. Om de hoge accijns op drinkbare alcohol te ontlopen , voegen de fabrikanten van industiele alcohol altijd een klein percentage (5%) methanol toe aan de drinkbare alcohol (=ethanol) om zo ondrinkbare alcohol te verkrijgen.

    Triammoniumcitraat is een Semi-synthetisch zout van citroenzuur.

    Aceton is een vluchtige, chemisch oplosmiddel die u kunt gebruiken als schoonmaakmiddel of afbijtmiddel. Aceton tast de meeste kunststoffen aan. Nagellak-remover is in het algemeen vrijwel 100% aceton. (terug) 

 Kan Gesso met acrylverf worden gekleurd en dan als ondergrond voor olieverf gebruikt worden?            
Gesso kan met acrylverf worden gekleurd, mits niet teveel acrylverf wordt toegevoegd. Als je veel acrylverf toevoegt wordt het oppervlak van de gesso niet poreus genoeg voor een goede hechting van de olieverf. Tevens blijft een gesso met veel acrylverf er in altijd een soepele laag, ook na droging. Als gevolg van het verouderingsproces van olieverf zal de olieverffilm in de loop van de tijd steeds minder flexibel worden. Bij temperatuurschommelingen kunnen onderlinge spanningsverschillen voor problemen gaan zorgen, omdat ook al de hechting minder is dan bij het gebruik van pure gesso. (terug)

Waar kunnen we met olieverf op schilderen?                                                           
In principe kunnen o.a. papier, karton, hout, katoen en linnen gebruikt worden als ondergrond voor olieverf, maar niet zonder eerst behandeld te zijn. Een onbehandelde drager zal de olie uit de verf wegzuigen en dan mist de verf de hoeveelheid olie die nodig is om de pigmenten te omgeven en een goede film te vormen. Tevens tast de olie die in het hout etc. zou dringen het hout, katoen, linnen of papier aan, waardoor de ondergrond als het ware "verschroeit". Voor een goede hechting van olieverf is wel een poreus oppervlak nodig, waar de olie zich aan vast kan hechten, maar geen ondergrond waar de olie in weggezogen wordt. Volgens de traditionele preparerings-methode wordt het hout, linnen, katoen of papier eerst behandeld met een laag konijnen- of hazenlijm, of met een andere huid- of beenderlijm (gelatine). Deze laag beschermt de drager tegen het intrekken van de olie. Vervolgens wordt een mengsel van krijt, zinkwit en olie aangebracht. Dat mengsel vormt een poreuze prepareringslaag waaraan de olie zich kan hechten. De moderne en duurzamere vervanger voor de vaak bewerkelijke oude prepareringsmethoden is Gesso op basis van een pure acrylaat. Volgens speciaal recept vervaardigd, vervult Gesso in één keer de functies van de verschillende lagen volgens de traditionele methode. Voor sterk zuigende ondergronden kan onder de gesso eerst een laag acrylbinder worden opgebracht. (terug)

Is Modeling Paste geschikt als ondergrond voor olieverf? Modeling paste kan gezien worden als een zeer dikke Gesso en is daarmee geschikt voor het maken van ondergronden in relief voor zowel olie- als acrylverf. Modeling paste bevat voldoende pigment om een poreus oppervlak te vormen, waarop ook olieverf zich kan hechten. Is Modeling Paste geschikt als ondergrond voor olieverf? Waterverdunbare olieverf is een 100% olieverf. De droogtijd, de te gebruiken penselen en vernissen, de noodzakelijk geprepareerde ondergrond en het principe van "vet over mager" schilderen zijn identiek aan "gewone" olieverf. Het bindmiddel (lijnolie) is hetzelfde en ook alle bekende schildertechnieken als glacis en allaprima zijn niet anders dan bij "gewone" olieverf. (terug)

Kan een sterk zuigende ondergrond “voorgelijmd” worden zodat niet heel veel gesso wegzinkt in de ondergrond?
Sterk-zuigende ondergronden werden vroeger "voorgelijmd" worden met konijnen- of hazenlijm, of met een andere huid- of beenderlijm (gelatine). Het nadeel daarvan is dat deze lijm altid weer in water kan oplossen. Als er water op de achterkant van het (beschilderde) doek komt zal de lijm zwellen en kan de verf aan de voorzijde van het doek afspringen. Tegenwoordig hebben we een veel betere oplossing en kunnen we sterk-zuigende ondergronden voorlijmen met acrylbinder . Het advies is dus om sterk zuigende ondergronden als doek, karton en spaanplaat voor te lijmen met redelijk dunne laag acrylbinder. Daarbij is het niet de bedoeling dat de acrylbinder als een laag bovenop de ondergrond komt te liggen, maar dat de binder in de ondergrond een laag vormt die voorkomt dat de gesso sterk wegzinkt in die ondergrond.
Welke penselen zijn geschikt voor olieverf?
Penselen van varkenshaar worden voor olieverf het meest gebruikt, al hebben voor bepaalde schildertechnieken andere haarsoorten de voorkeur. Het stugge varkenshaar kan veel dikke verf bevatten, maar geeft voor het schilderen van fijne details een te onnauwkeurige toets. Voor gedetailleerd werk en glacistechnieken zijn o.a. marter- en iltishaar zeer geschikt. Voor alle technieken bieden penselen van synthetische vezels (filament), een goed alternatief. Penselen worden geleverd in verschillende prijs-kwaliteitverhoudingen. De beste penselen zijn stuk voor stuk met de hand gezet, rekening houdend met de natuurlijke kromming van de haren en bieden de hoogst mogelijke kwaliteit. Daarnaast zijn er ook penselen, eveneens met de hand gezet, die wat aantrekkelijker zijn van prijs en uitstekend van kwaliteit. De goedkopere "budget"penselen bieden een goede studie-kwaliteit tegen een zeer scherpe prijs. Olieverfpenselen hebben een lange steel zodat tijdens het schilderen voldoende afstand genomen kan worden tot het werkstuk.
Kan met olieverf direct op acryl binder worden geschilderd?
Dit is niet aan te raden. Door het ontbreken van droge grondstoffen droogt acrylbinder tot een zeer gesloten film waarin de olie zich moeilijk kan hechten. Als u over de acrylbinder een laag gesso aanbrengt kan wel met olieverf op deze ondergrond geschilderd worden.
Waarvoor dient Underpainting White?
Underpainting White is een sneldrogende witte alkyd-olieverf die speciaal ontwikkeld is voor het maken van onderschilderingen in reliëf voor olieverfschilderingen. Door de hoge concentratie droge grondstoffen (een uitgebalanceerde verhouding van titaanwit-pigment en vulstoffen) biedt Underpainting White na droging een optimale hechting voor olieverf. Tevens kan Underpainting White in elke verhouding met olieverf worden gemengd. Kan men met olieverf op glas schilderen?
Omdat glas zeker geen poreus oppervlak heeft is het eigenlijk ongeschikt om met olieverf op te schilderen. Toch werd en wordt olieverf gebruikt om "achterglas-schilderingen" te maken. Bij deze techniek schildert men op de "achterkant" van een glasplaat en bekijkt het resultaat vanaf de voorkant, dus door het glas heen. In zekere zin moet dan in opmgekeerde volgorde geschilderd worden: eerst de details en de voorstelling en daaroverheen de achtergrond. Duidelijk is dat de hechting van de verf een groot probleem is en deze schilderingen erg kwetsbaar zijn.
Kan met olieverf op metaal worden geschilderd ?
Omdat noch olieverf noch acrylverf (lees ook Gesso) goed op metaal hecht, moet de plaat eerst behandeld worden met een hecht- of washprimer voor metaal. Het betreft hier een industrieel product dat u kunt kopen in een goede winkel voor huisschildersverf. Na droging de primer licht opschuren. Als het metaal hierna door de laag heen enigszins te zien is een tweede laag aanbrengen en ook deze na droging licht opschuren. Voor een optimale hechting van de uiteindelijke verf dient hierover vervolgens een laag Gesso te worden aangebracht. De preparering is nu geschikt voor zowel de hechting van acryl- als olieverf.
Op welke andere ondergronden kan met olieverf worden geschilderd?
In principe is elke ondergrond geschikt, mits op juiste wijze geprepareerd. De meest voorkomende dragers zijn katoen, linnen, kunstvezel, (houten) panelen, karton en papier. Vrijwel alle geleverde ondergronden zijn reeds geprepareerd. Er is keuze uit met katoen of linnen bespannen spieramen, katoen, linnen, katoen/rayon en polyester op rol, canvasboards en geprepareerd papier. Bespannen spieramen zijn verkrijgbaar in vele maten, katoen, linnen en gemengde vezels op rol in diverse kwaliteiten. Hebt u zelf linnen, karton, papiet, katoen, hout e.d. dan kunt u dat zelf prepareren door gebruik te maken van gesso. Gesso is een universeel preparaat op acrylaatbasis en waterverdunbaar. Het kan als grondlaag dienen voor alle olie- en acrylverven en zelfs voor aquarelverf en pastels.
Waar kunnen olieverfpenselen het beste mee worden schoongemaakt?
Na het schilderen kunnen olieverfpenselen als volgt worden schoongemaakt: • Veeg het penseel eerst af met een doekje of een tissue. Vooral bij gebruik van dikkere (niet-verdunde) verf de restanten verf vanuit de huls voorzichtig naar de top van de haarbundel drukken. • Resten van waterverdunbare olieverf kunt u ook uitspoelen in water. Alkydverf- en olieverfresten uitspoelen in terpentine. Stamp hierbij niet met de haarbundel op de bodem van de waterpot. Met name zachtere haarsoorten kunnen afbreken op de rand van de huls. • Was vervolgens het penseel voorzichtig in de handpalm met speciale penseelzeep tot het schuim volkomen schoon is. Druk niet te hard met de haarbundel in de hand, met name zachtere haarsoorten kunnen afbreken op de rand van de huls. • Naspoelen met schoon water en uitslaan. • Breng met de vingers de haarbundel terug in de oorspronkelijke vorm en laat het penseel met de haren omhoog in een pot drogen.
Wat is het verschil tussen wit op basis van lijnolie en wit op basis van saffloerolie?
We kennen vele soorten plantaardige oliën we, denk bijv. aan zonnebloem-, papaver en sojaolie, notenoliën en houtoliën, lijnolie en saffloerolie. De ervaring heeft geleerd dat lijnolie in de meeste gevallen als bindmiddel van verf de beste eigenschappen heeft. Lijnolie heeft bewezen de beste combinatie van eigenschappen te hebben voor wat betreft droogtijd, filmflexibiliteit, vergeling en duurzaamheid. Andere oliën vormen een zeer brosse film, verdonkeren sterk of drogen extreem langzaam of nooit. Toch zijn er een paar uitzonderingen waarvoor we liever een andere olie gebruiken dan lijnolie. Omdat lijnolie enigszins geel van kleur is en in de tijd nog wat meer vergeelt, wordt lijnolie voor de productie van witten nogal eens vervangen door saffloerolie. Deze saffloerolie is bleker dan lijnolie, vergeelt minder, waardoor het wit mooier "wit" blijft. Saffloerolie heeft echter ook nadelen: het droogt langzamer, en vormt een zwakkere film dan lijnolie. Verf op basis van saffloerolie kan dus bij het schilderen in meerdere lagen voor problemen zorgen als het gebruikt wordt in de eerste lagen van een schilderij. Door het verschil in droogtijd en de zwakkere filmvorming kunnen spanningsverschillen ontstaan met als gevolg dat de hechting van volgende lagen niet voldoende is. Het is daarom raadzaam om in de eerste lagen uitsluitend wit op basis van lijnolie te gebruiken en wit op basis van saffloerolie in de laatste laag.
Hoe kunnen penselen het beste worden onderhouden en bewaard?
De levensduur van penselen kan aanzienlijk verlengd worden door ze goed te gebruiken en te onderhouden. Goed onderhoud betekent vooral goed schoonmaken direct na gebruik (zie elders in deze rubriek), maar ook het goed opbergen is belangrijk. Het allermooiste is om penselen te bewaren door ze op te hangen met de haren naar beneden, maar dat is vaak lastig en ook als u penselen bewaart in een pot, natuurlijk met de haren omhoog is dat een heel goede manier. Van belang is ook dat de penselen kunnen "ademen" en dus niet in een dichte kast of doos bewaard worden. Ook tijdens het vervoer is het belangrijk dat penselen genoeg "lucht" krijgen. Gebruik dus een penselenmatje of een speciale penselendoos met ventilatie-openingen.
Hoe kan vermeden worden dat er tijdens het werken matte plekken in het schilderij ontstaan? Tijdens het schilderen kunnen "ingeschoten" plekken ontstaan: de verf slaat mat weg, de intensiteit van de kleur neemt af. Dit is niet te vermijden en wordt veroorzaakt door een combinatie van de gebruikte kleur, het soort en de hoeveelheid toegevoegd verdunningsmiddel en de absorptie van de ondergrond. De hoeveelheid olie in de verf kan per kleur verschillen, hoeveel verdunningsmiddel er wordt toegevoegd eveneens. Als verf relatief weinig olie bevat waarvan een deel door de ondergrond wordt geabsorbeerd, kan de kleur inschieten. Door de ingeschoten plekken (als ze goed handdroog zijn) zeer dun te behandelen met retoucheervernis komen glans en kleur weer terug. Als de ingeschoten plekken erg absorberend zijn kan het nodig zijn de handeling (na tussentijdse droging) te herhalen voordat glans en kleur weer op peil zijn. Het is van groot belang de retoucheervernis zeer spaarzaam op te brengen omdat de nog niet volledig droge verf kan oplossen in het oplosmiddel van de vernis. Bij voorkeur opbrengen met een spuitbus. De vernis droogt in enkele uren en laat een poreuze film achter. Dan is het mogelijk om weer verder te schilderen omdat retoucheervernis weer geschikt is voor hechting van een volgende verflaag, maar het is niet noodzakelijk een volgende verflaag aan te brengen, want na volledige droging van de verf (dat duurt ongeveer een jaar) kan een slotvernis over de retoucheervernis worden aangebracht. Zie ook vernissen.
Als een Gesso op basis van een pure acrylaat geschikt is om met olieverf te beschilderen, betekent dat dan ook dat met olieverf op acrylverf kan worden gewerkt?
Gesso is weliswaar op basis van pure acrylaat, maar bevat ook een behoorlijk percentage gips-achtige bestanddelen die de gesso voldoende poreus maken zodat olieverf goed hecht op een gesso-geprepareerde ondergrond. Pure acrylverf heeft geen gips-achtige bestanddelen. Op een gesloten laag acrylverf hecht olieverf dus slecht. Is een onderschildering van acrylverf geschikt om met olieverf te worden afgeschilderd? Een dikke laag acrylverf is weinig poreus en is daarom niet geschikt als ondergrond voor olieverf. Toch kan met olieverf op acrylverf worden geschilderd als één van de volgende methodes wordt gevolgd:
1. Verdun de acrylverf met water en maak een dunne onderschildering op een universeel geprepareerde drager. Universeel geprepareerd wil zeggen dat de prepareringslaag geschikt is voor de hechting van zowel olieverf als waterverdunbare verven. Per beschilderd oppervlak is nu minder acrylaathars aanwezig. Na verdamping van het water is de verffilm poreus genoeg en kan de olieverf zich in de laag acrylverf hechten. Waar de olie door de acrylverf heen dringt, kan ze hechten in de prepareringslaag.
2. Gebruik voor de onderschildering gesso i.p.v. witte acrylverf bij het mengen van de kleuren. Elke kleur moet met voldoende Gesso worden gemengd om hechting van de olieverf mogelijk te maken. Ook Gesso is een pure acrylaat, zij het speciaal ontwikkeld en volgens een bepaald recept vervaardigd voor de hechting van olieverf.
Men zegt altijd dat je met olieverf "vet over mager" moet schilderen als je "laag over laag" wil werken of glaceertechnieken wil toepassen. Waarom is dat zo en wat houdt dat precies in?
De regel "vet over mager" (lees ook: langzamer drogend over minder langzaam drogend) moet worden gevolgd als een olieverfschilderij in meerdere lagen wordt opgebouwd. Olieverf hecht door verankering in een poreuze ondergrond. De olie zet a.h.w. pootjes af waarmee de verffilm zich na droging vasthoudt. Maar die pootjes moeten ook houvast hebben. Laten we een dikke laag pure olieverf drogen, dan is deze laag niet poreus genoeg voor een goede hechting van een volgende laag. De eerste laag moet dus wat poreus zijn. Daarom moet de eerste laag olieverf verdund worden met terpentine of terpentijn. Met een bepaalde hoeveelheid verf wordt nu een groter oppervlak beschilderd, met een dunnere laag en in verhouding vrij weinig olie. Het oplosmiddel verdampt waardoor deze eerste verflaag poreus wordt. Door de verdunning is per beschilderd oppervlak te weinig olie aanwezig om een gesloten film te vormen, de film is 'mager' en poreus. Dit wordt evenwel verholpen door de tweede verflaag. Nadat de eerste laag droog genoeg is wordt de tweede verflaag aangebracht, verdund met schildermedium. Schildersmedium is een mengsel van voornamelijk oplosmiddel (terpentijn of zuivere terpentine) en bindmiddel (lijnolie). De extra toegevoegde olie voedt de te magere eerste verflaag door de poriën op te vullen die ontstaan zijn door verdamping van het oplosmiddel. Tegelijk kan deze tweede laag zich zo goed in de onderliggende laag hechten. Door verdamping van de terpentine in deze tweede laag ontstaan opnieuw poriën voor hechting van een volgende laag. Brengen we vervolgens een derde laag aan, dan moeten we een medium gebruiken dat vetter is (verhoudingsgewijs meer olie bevat) dan we gebruikt hebben voor de 2e laag, om de onderliggende lagen te voeden. Wordt een schilderij opgebouwd in meerdere lagen, dan moet het gebruikte medium in de onderste lagen vrij veel terpentijn (of zuivere terpentine) bevatten en elke volgende laag verf gemengd worden met een medium dat steeds minder terpentijn en steeds meer olie bevat. Voor de laatste laag kan een glaceermedium gebruikt worden. Als glacismedium kan gekozen worden uit glaceermedium, Venetiaanse terpentijn of Standolie. Deze mediums doen de verf uitvloeien zonder penseelstreek, drogen vrij traag en bevatten een hoog percentage olie. Let op: Bij het schilderen van "laag over laag" kan een volgende olieverflaag pas opgezet worden als de voorgaande laag zo droog is dat deze niet meer oplost in een eerder aangebrachte verflaag.
Wat is "glaceren" en wat is "glacis"?
Glaceren is een speciale manier van "laag over laag" schilderen. Hierbij worden, zeker in de bovenste lagen, transparante kleuren gebruikt. Door de gebruikte kleur zie je dan ook nog de onderliggende kleuren. Het resultaat is dus dat je een samenvoeging, zeg maar menging van de kleuren van de bovenste lagen ziet, zonder dat de kleuren ook feitelijk gemengd zijn. Deze techniek kan prachtige kleurdiepte en een gloedvol resultaat opleveren. In een glacis mag geen penseelstreek zichtbaar zijn daar de penseelstreek van de onderliggende lagen door de transparante verf heen te zien is. Als glaceermedium kan gekozen worden uit 4art glaceermedium, Talens glaceermedium, Venetiaanse terpentijn of standolie. Deze mediums zijn vetter dan het schildermedium en doen de verf uitvloeien zonder penseelstreek.
Waar kan olieverf mee worden verdund?
Olieverf kan verdund worden met terpentine of terpentijn al dan niet gemengd met bindmiddel (b.v lijnolie) of andere toevoegingen als siccatief. Veelal wordt olieverf verdund met een kant en klaar medium.. Dat medium is dan een mengsel van een oplosser (terpentijn of terpentine) een bindmiddel (lijnolie) en toevoegingen als een matteringsmiddel of siccatief. Voor meer informatie zie bij het hoofdstuk "mediums, etc."
Hoe komt het dat sommige dik opgebrachte kleuren (bijv. kraplak en kobalt) gaan rimpelen?Is dit te voorkomen?
Het zogenaamde "schroeien" van de verf kan in dikke lagen bij bepaalde kleuren voorkomen, met name bij kobalt, kraplak en de aardkleuren. De oorzaak moet gezocht worden in het type pigment en de daaruit voortvloeiende samenstelling van de verf. In het kort komt het op het volgende neer. Olieverf droogt onder invloed van zuurstof en licht. Het is logisch dat de oppervlakte van de verf direct aan deze elementen is blootgesteld, terwijl de verf binnenin moeilijker toegankelijk is.
Hoe kan na het schilderen de droging van een olieverfschilderij worden versneld?
Olieverf droogt onder invloed van zuurstof en licht. Om de droging te bevorderen dient er dan ook voldoende ventilatie en licht aanwezig te zijn. Maar het zal altijd maanden duren voor een dunne verflaag droog is en een bij een schilderij dat dik in de verf zit zal het zelfs meer dan een jaar duren voor het schilderij echt droog is.
Wat betekent "allaprima" schilderen?
''Allaprima" wil zeggen dat het schilderij 'nat-in-nat' geschilderd wordt. Bij deze techniek worden de kleuren behalve op het palet ook op het schilderij zelf gemengd. Er zal dus snel geschilderd moeten worden; geen enkele kleur mag indrogen voordat het schilderij voltooid is. Bij deze techniek kan de verf verdund worden met steeds hetzelfde verdunningsmiddel of kan de verf puur worden gebruikt. Wordt er een verdunningsmiddel gebruikt, dan zal met een goed schildermedium het duurzaamste resultaat worden bereikt.
Waarmee kan ik ingedroogde olieverf verwijderen?
Ingedroogde olieverf kunt u verwijderen van uw penselen (en ook van uw kleding) m.b.v. 4art-penseelreiniger. Deze penseelreiniger of verfverwijderaar is op basis van zonnebloemolie en snel biologisch afbreekbaar. 4art-penseelreiniger stinkt niet en bevat geen vluchtige oplosmiddelen. Zie verder de gebruiksaanwijzing van het product.
Hoe lang moet een verflaag drogen voordat een volgende laag kan worden aangebracht?
Tijdens het schilderen kan de droging worden versneld door een sneldrogend schildermedium. te gebruiken of siccatief aan de verf of het gebruikte medium toe te voegen. Let op het toevoegen van te veel siccatief is gevaarlijk.
Waar kunnen olieverfpenselen het beste in worden uitgespoeld ?
De levensduur van penselen kan aanzienlijk verlengd worden door ze goed te gebruiken en te onderhouden. Vooral bij gebruik van verf die watervast opdroogt (bijvoorbeeld olieverf) moeten de penselen tussen de goed schoongemaakt worden om indrogen van de verf te voorkomen. Tijdens het werken kunnen (om van kleur te wisselen) olieverfpenselen worden uitgespoeld in terpentine en bij waterverdunbare olieverf kunt u ook water gebruiken. Laat zachtharige penselen nooit op de punt in het oplosmiddel staan. De haarbundel kan onherstelbaar beschadigd worden.

WATERVERMENGBARE OLIEVERF EN ALKYDVERF
Wat is het verschil tussen waterverdunbare en "gewone" olieverf?

Het belangrijkste verschil is dat water het oplosmiddel in Waterverdunbare olieverf. In "gewone" olieverf is terpentine of terpentijn het oplosmiddel. Dat heeft tot gevolg dat je je penselen niet in terpentine hoeft uit te spoelen en dat waterverdunbare olieverf aanzienlijk minder ruikt dan "gewone" olieverf. Verder kan de pigmentconcentratie in waterverdunbare olieverf niet net zo hoog zijn als in de beste kunstschilderskwaliteit. De pigmentconcentratie kan wel vrij dicht tegen de beste "gewone" olieverf aanliggen, maar er blijft een klein verschil Tenslotte voelt waterverdunbare olieverf wat anders aan dan "gewone" olieverf. Het lijkt of je wat minder vat hebt op de verf en daarom prefereren veel schilders toch de klassieke, terpentijn opgeloste olieverf.
Welke mediums moet en kan je gebruiken voor alkydverf?
Om de eigenschappen van alkydverf zo veel mogelijk tot hun recht te laten komen kan je het beste (Winsor & Newton) alkydmediums gebruiken. Alle andere olieverfmediums (uitgezonderd de waterverdunbare) zijn ook bruikbaar, maar bij toevoeging daarvan gaat alkydverf steds meer op "gewone" olieverf lijken.
Welke mediums kan je gebruiken voor waterverdunbare olieverf?
In principe kan je alle olieverfmediums gebruiken voor waterverdunbare olieverf. Als je de waterverdunbare olieverfmediums gebruikt die fabrikant aangeeft dan zal de verf zijn waterverdunbaarheid behouden. Er zijn diverse waterverdunbare mediums (langzaam drogend, snel drogend) verkrijgbaar en ze kunnen met water aangelend worden om ze iets magerder te maken. Het is ook zondermeer mogelijk waterverdunbare olieverf aan te lengen met alle mediums voor "gewone" olieverf. Wel zal de verf steeds moeilijker in water oplossen naarmate er meer medium wordt toegevoegd dat ook gebruikt kan worden bij "gewone" olieverf.
Wat zijn de overeenkomsten tussen waterverdunbare en “gewone” olieverf?
Watervermengbare (waterverdunbare) olieverf is een 100 % olieverf. De droogtijd, de te gebruiken penselen en vernissen, de noodzakelijk geprepareerde ondergrond en het principe van "vet over mager" schilderen zijn identiek aan "gewone" olieverf. Het bindmiddel (lijnolie) is hetzelfde en ook alle bekende schildertechnieken als glacis en allaprima zijn niet anders dan bij "gewone" olieverf.
Wat zijn de overeenkomsten tussen alkydverf en "gewone" olieverf?
Alkydverf is een 100% olieverf. De te gebruiken penselen en vernissen, de noodzakelijk geprepareerde ondergrond en het principe van "vet over mager" schilderen zijn identiek aan "gewone" olieverf. Het oplosmiddel (terpentijn of terpentine) is ook gelijk aan "gewone" olieverf en in Alkydverf is ook altijd lijnolie of safflierolie verwerkt. Alle bekende schildertechnieken als glacis en allaprima zijn niet anders dan bij "gewone" olieverf.
Wat is het verschil tussen alkydverf en "gewone" olieverf?
Het belangrijkste verschil is dat naast de lijnolie ook een (kunst)hars is toegevoegd aan de alkydverf. Die kunsthars versnelt de droging, vergeelt altijd een klein beetje en verhoogt de duurzaamheid van de verffilm. Verder voelt alkydverf vaak wat anders aan dan "gewone" olieverf. Het lijkt of je wat meer vat hebt op de verf, of de verf wat "steviger" is en de snellere droging makt dat je ook iets sneller kan en moet werken met alkydverf dan met "gewone" olieverf Al met al is alkydverf dus zeer geschikt voor decoratieve doeleinden, waar olieverftechnieken de voorkeur hebben boven acryltechniek. (b.v. houten en marmeren op muren en deuren).
VERNISSEN
Wat is Damarvernis?

Damarvernis is een in terpentijn opgeloste natuurlijke boomhars en is van de traditionele vernissen vrijwel de enige die nog wordt gebruikt. Na droging zal de vernislaag in de tijd vergelen en bros worden. Een voordeel is dat damarvernis, ook na vele jaren, zeer makkelijk weer van het schilderij is te verwijderen.
Wanneer en hoe wordt retoucheervernis gebruikt?
Retoucheervernis dient om tijdens het maken van een schilderij of vrijwel direct na het voltooien eventuele matte, ingeschoten plekken weer op de juiste glansgraag te brengen. Tijdens het schilderen kunnen "ingeschoten" plekken ontstaan: de verf slaat mat weg, de intensiteit van de kleur neemt af. Dit is niet te vermijden en wordt veroorzaakt door een combinatie van de gebruikte kleur, het soort en de hoeveelheid toegevoegd verdunningsmiddel en de absorptie van de ondergrond. De hoeveelheid olie in de verf kan per kleur verschillen, hoeveel verdunningsmiddel er wordt toegevoegd eveneens. Als verf relatief weinig olie bevat waarvan een deel door de ondergrond wordt geabsorbeerd, kan de kleur inschieten. Om nu het schilderij op kleurharmonie te beoordelen is moeilijk, en dus het nemen van de juiste beslissingen over hoe verder geschilderd moet worden. Door de ingeschoten plekken (als ze goed handdroog zijn) zeer dun te behandelen met retoucheervernis komen glans en kleur weer terug. Als de ingeschoten plekken erg absorberend zijn kan het nodig zijn de handeling (na tussentijdse droging) te herhalen voordat glans en kleur weer op peil zijn. De vernis droogt in enkele uren en laat een poreuze film achter die geschikt is voor hechting van een eventuele volgende verflaag. Het is van groot belang de retoucheervernis zeer spaarzaam op te brengen omdat de nog niet volledig droge verf kan oplossen in het oplosmiddel van de vernis. Bij voorkeur opbrengen met een spuitbus. Voor deze toepassing wordt retoucheervernis ook wel ophaal- of uithaalvernis genoemd.
Moet een olieverfschilderij gevernist worden?
Het antwoord is: Ja het is beter dat een olieverfschilderij gevernist wordt met een slotvernis. Dat voorkomt veroudering en beschermt de verflaag tegen vervuiling. Olieverf is een chemisch (oxidatief) drogende verf, de olie droogt door zuurstofopname uit de lucht. Hierdoor worden de moleculen in ketens aan elkaar gekoppeld. (Ultraviolet)licht is nodig om hiervoor de energie te leveren. De chemische droging van lijnolie neemt veel meer tijd in beslag dan de fysische droging van de andere verfsoorten. Afhankelijk van de laagdikte en het type pigment is de verffilm handdroog in ongeveer één tot zes weken. Het geheel doordrogen van de film duurt minimaal een half jaar bij dunne lagen, tot één jaar bij de meest gebruikelijke dikte van de verflaag en bij erg dikke lagen zelfs meerdere jaren. De opname van zuurstof stopt dan niet; nu begint het verouderingsproces in werking te treden. Na het drogen en voor het verouderingsproces van de verf begint is het dan ook raadzaam het schilderij met een slotvernis te behandelen. De opname van zuurstof wordt hierdoor afgeremd en daarmee ook het verouderingsproces. Ook is het belangrijk dat de verf door een vernis wordt beschermd tegen vuil. Stof en aanslag nestelen zich in de loop van de tijd niet alleen op, maar ook in de verflaag als een schilderij niet is gevernist. Is een schilderij gevernist, dan kan de vernislaag met vuil en al worden verwijderd zonder de verf te beschadigen. In verband met de duurzaamheid van de verffilm mag een schilderij pas gevernist worden met slotvernis als de verf geheel droog is, dus ½ - 2 jaar na het schilderen, afhankelijk van de laagdikte van de verf.
Wat is een tussenvernis?
Olieverfschilderijen mogen pas na volledige droging, d.w.z. na een jaar of langer afhankelijk van de dikte van de verflaag, gevernist worden met een slotvernis. Toch kan het wenselijk zijn i.v.m. expositie of verkoop kort na het voltooien van het schilderij een vernislaag aan te brengen om een egale glans te krijgen en een voorlopige bescherming Retoucheervernis kan in dat geval ook als voorlopige slotvernis worden aangebracht om het schilderij een egale glans te geven en als bescherming tegen vuil. Daar de vernis in een dunne laag poreus is, kan het droogproces van de verf doorgaan. Voor deze toepassing is het ten zeerste aan te raden het schilderij minimaal enkele weken tot maanden te laten drogen, afhankelijk van de dikte van de verflaag. Al is de verf in een eerder stadium aan de oppervlakte handdroog, de verf daaronder is dat zeker nog niet. Als de verf onvoldoende droois kan het oplosmiddel van het vernis in de onderliggende verf doordringen en brengt de nog niet droge olie naar boven. Als dit gebeurt kan het schilderij vele maanden lang pikkerig blijven en zullen verontreinigingen als stof zich aan de verf hechten. Het schilderij moet dus redelijk doorgedroogd zijn voor de retoucheervernis als voorlopige slotvernis wordt aangebracht. Na volledige droging (1-2 jaar na het schilderen) van de verf kan een slotvernis over de Retoucheervernis worden aangebracht.
Kunnen verschillende vernissen onderling worden gemengd?
Glanzende en matte olieverfvernis van dezelfde soort kunnen in elke verhouding gemengd worden tot de gewenste glansgraad. Bij het aanbrengen van een vernis dat matteringsmiddel bevat moet als laatste handeling de vernis in één richting uitgestreken worden om een egale matheid te verkrijgen. Een vernis kan in meerdere lagen opgebracht worden met een (1) grote uitzondering. De uitzondering is dat over een matte vernislaag geen volgende vernislaag mag worden aangebracht. Over een glanzende vernis kan dus wel een 2e of volgende laag (matte of glanzende) vernis aangebracht worden. Het is raadzaam als u een schilderij mat wil vernissen dat u eerst een dunne laag glanzende vernis aanbrengt en als het resultaat egaal is, daarover de matte slotlaag.
Wat is een uithaalvernis?
Uithaalvernis is een ander woord voor retoucheervernis. Hoe lang moet een schilderij drogen voordat een (slot)vernis kan worden aangebracht? Het geheel doordrogen van de olieverf op een olieverfschilderij duurt ongeveer een half jaar (bij hele dunne schilderingen) tot één jaar en bij erg dikke lagen zelfs meerdere jaren. Pas daarna mag een slotvernis worden aangebracht. Afhankelijk van de laagdikte en het type pigment is de verffilm handdroog in ongeveer één tot zes weken. Dan mag nog geen enkele vernis worden aangebracht ! Indien gewenst mag een na 1-6 maanden een retoucheer- of tussenvernis worden aangebracht, als de verf iets verder is doorgedroogd. De verf is dan nog niet helemaal doorgedroogd, maar voldoende voor het aanbrengen van de tussenvernis Het is niet noodzakelijk een tussenvernis aan te brengen. Een tussenvernis geeft geen extra bescherming, maar dient alleen om een (gedeeltelijk) ingeschoten schilderij een egale glans te geven in de periode voordat de verflaag door- en door droog is.
Hoe lang moet een schilderij drogen voordat een retoucheervernis als voorlopige slotvernis kan worden aangebracht?
Het is ten zeerste aan te raden het schilderij minimaal 1 tot enkele maanden te laten drogen voor het aanbrengen van een retoucheervernis. Olieverf schilderijen mogen pas na volledige droging, d.w.z. na een jaar of langer afhankelijk van de dikte van de verflaag, gevernist worden met een slotvernis. Toch kan het wenselijk zijn i.v.m. expositie of verkoop kort na het voltooien van het schilderij een vernislaag aan te brengen om een egale glans en een voorlopige bescherming te krijgen. Retoucheervernis kan in dat geval ook als voorlopige slotvernis worden aangebracht om het schilderij een egale glans te geven en als bescherming tegen vuil. Daar de vernis in een dunne laag poreus is, kan het droogproces van de verf doorgaan. Voor deze toepassing is het ten zeerste aan te raden het schilderij minimaal enkele weken tot maanden te laten drogen, afhankelijk van de dikte van de verflaag. Al is de verf in een eerder stadium aan de oppervlakte handdroog, de verf daaronder is dat zeker nog niet. Als de verf onvoldoende droog is kan het oplosmiddel van het vernis in de onderliggende verf doordringen en brengt de nog niet droge olie naar boven. Als dit gebeurt kan het schilderij vele maanden lang pikkerig blijven en zullen verontreinigingen als stof zich aan de verf hechten. Het schilderij moet dus redelijk doorgedroogd zijn voor de retoucheervernis als voorlopige slotvernis wordt aangebracht. Na volledige droging (1-2 jaar na het schilderen) van de verf kan een slotvernis over de retoucheervernis worden aangebracht.
Hoe kan een oude vernislaag van een olieverfschildering worden verwijderd?
Bij het verwijderen van oude vernislagen dient men voorzichtig te werk te gaan en goed op te letten of zich tijdens het schoonmaken geen problemen voordoen. Indien een schilderij gevernist is voordat de verf de tijd gehad heeft volledig te drogen, zal de verf onder het vernis nog geruime tijd zacht blijven omdat de vernislaag de verf afsluit van zuurstof en daardoor moeilijk verder kan drogen. In dit geval kan bij het verwijderen van de vernis ook de verf (gedeeltelijk) oplossen. Neem een platte kwast van een paar cm breed, doop die in gerectificeerde terpentijn of gezuiverde terpentine en bestrijk een oppervlakte van zo'n 15 x 15 cm. Wacht tot de vernis begint te zwellen, spoel ondertussen de kwast uit en herhaal de handeling over de opgezwollen vernis. Deze zal nu gedeeltelijk oplossen in de terpentine die in de kwast zit. Blijf de handeling steeds met een uitgespoelde kwast herhalen tot alle vernis op deze plek is verwijderd. Behandel vervolgens een volgend stuk. Als de vernis verwijderd is lijkt er een witte waas op het schilderij te zitten. Deze verdwijnt als er uiteindelijk een nieuwe vernislaag wordt opgebracht.
Wat is het verschil tussen de Talens Acrylvernis die zowel voor acryl- en olieverf geschikt is t.o.v. de Talens Schilderijvernis voor olieverf?
Talens acrylic Varnisch (glossy 114 en mat 115) is inderdaad een slotvernis die gebruikt kan worden op olieverfschilderingen en op acrylschilderingen, Deze Acrylic varnish is een oplossing van acrylaathars in terpentine, Het resultaat van de glanzende vernis is iets minder glanzend en de matte vernis is iets matter dan bij andere vernis De Acrylic varnish vormt een flexibeler film dan de Picture varnish Het matteringsmiddel in de 115 bestaat uit silica's (vergelijk verpulverd glas); deze vernis moet voor gebruik goed worden geschud daar het matteringsmiddel uitzakt in de flacon. Talens schilderijvernis (Picture varnish) (glossy 002 en mat 003) is alleen een slotvernis voor olieverfschilderingen. Dit vernis is een oplossing van cyclohexanonhars in terpentijn (in de spuitbus terpentine). Het resultaat van de glanzende vernis is glanzender en de matte vernis is iets minder matter dan bij Acrylic vernis. De Picture varnish vormt een minder flexibele film, dat is voor olieverfschilderingen geen bezwaar. Het matteringsmiddel in de flessen matte Picture varnish bestaat uit wassen die opgelost zijn in de terpentijn; de vernis ziet er in de fles glashelder uit, maar vertoont na droging een eiglans. Is de vernis in de fles niet helder is het matteringsmiddel "uitgevlokt" Dat gebeurt als de fles in een wat koelere omgeving bewaard wordt. Voor het vernisssen moet u dan de fles iets verwarmen (b.v. onder de warme kraan houden of in een bak warm water leggen) tot de vernis weer volstrekt helder is (In de matte spuitbus is het matteringsmiddel geen was maar silica's).
In de fles schilderijvernis mat zitten witte vlokken. Hoe komt dit? Is de de vernis nog te gebruiken?
Voor het gebruik moet de vlokken weer opgelost zijn in de vloeistof en de vernis er weer helde uitzien. Het matteringsmiddel in de meeste matte schilderijvernissen is een wassoort die opgelost is in het oplosmiddel en bij lage temperaturen kan gaan 'vlokken'. Door de vernis te verwarmen ('au bain marie' of onder een straal heet water) wordt het matteringsmiddel weer egaal opgelost en kan de vernis weer gebruikt worden. Talens heeft een acrylvernis die ook geschikt is voor olieverschilderijen.
Kunnen ook andere acrylvernissen op olieverfschilderingen gebruikt worden?
In het algemeen is dat niet mogelijk. Zeker acrylvernissen op waterbasis zijn ongeschikt voor olieverfschilderijen. Alleen indien dat overduidelijk is aangegeven kunt u een in terpentijn opgeloste acrylvernis soms ook voor olieverfschildering gebruiken. Als voorbeeld geldt Talens acrylic Varnisch die te gebruiken is op olieverf- en/of acrylschilderingen.
Bij gebruik van retoucheervernis als voorlopige eindvernis komt het voor dat het schilderij blijft "pikken". Het lijkt niet helemaal droog te worden zodat er stofjes op blijven hangen. Wat kan hiervan de oorzaak zijn?
Een veel gemaakte vergissing bij de toepassing van retoucheervernis is dat de vernis te snel en te overmatig wordt opgebracht. Het oplosmiddel van de vernis zal, indien opgebracht op een olieverf die net handdroog is, een deel van de olie in de verf alsnog oplossen waardoor de olie boven op de verf komt te liggen en een kleverige laag vormt. Als de retoucheervernis als tussenvernis is gebruikt waar vervolgens weer overheen geschilderd wordt is er niets aan de hand. Wordt retoucheervernis echter als voorlopige slotvernis te snel aangebracht dan voltrekt zich hetzelfde verschijnsel met als gevolg dat de buitenkant van de verffilm zal bestaan uit een mengsel van olie en hars. Deze laag zal maanden lang kleverig blijven en geduld is hier de enige oplossing. Daar dit niet de bedoeling is, is het raadzaam om met het opbrengen van het vernis een paar maanden te wachten tot de verf wat meer doorgedroogd is, bij een zeer dunne verflaag toch minstens een maand. Bovendien is het in de eerste plaats van groot belang om retoucheervernis in alle gevallen spaarzaam aan te brengen. Hoe meer vernis, hoe meer oplosmiddel er wordt opgebracht en hoe sterker het probleem zich zal voordoen. Bovendien bezitten alleen dunne lagen retoucheervernis voldoende poreusheid die van belang is voor de hechting van volgende verflagen (tussenvernis) en voor het doorlaten van zuurstof voor verdere doordroging van de verf (voorlopige slotvernis). Wat is de overeenkomst tussen de Talens Acrylvernis die zowel voor acryl- en olieverf geschikt is t.o.v. de Talens Schilderijvernis voor olieverf?
Beide harssoorten vergelen niet. Als u een ei-glans wilt kunnen glanzende en matte vernis van dezelfde soort onderling gemengd worden tot een gewenste glansgraad. Voor een egale (matte) glansgraad moeten alle vernissen die een matteringsmiddel bevatten en met de kwast wordt aangebracht in één richting worden uitgestreken. Tevens mag over een matte vernis niet opnieuw een vernislaag worden aangebracht. Voor beide vernissen geldt: Alvorens een slotvernis wordt aangebracht op een oleiverfschildering dient een zeer dunne laag olieverf minstens een half jaar te hebben gedroogd, een normale laag één jaar, dikke tot zeer dikke lagen tot meerdere jaren. Als een droge olieverflaag veel olie bevat verdient het i.v.m. een goede hechting aanbeveling het schilderij voor het vernissen met terpentine af te nemen.
PIGMENTEN, KLEURENLEER
Wat zijn de verschillen tussen kleurstof en pigment?

Kleurstoffen lossen op in water of alcohol. Pigment drijft op, of zinkt in water. Het is te vergelijken met suiker en zand, suiker lost op in water, zand zakt naar de bodem. Van kleurstoffen kan je dus gekleurde inkt maken of je kan er kleding mee verven. Kleurstoffen worden b.v. toegepast in ecoline en (watervaste) tekeninkt Kleurstoffen zijn in het algemeen gesproken slecht tot matig lichtecht, maar de kleuren zijn vaak intensief en gloedvol. In normaal huiskamerlicht gaan de kleuren al na enkele jaren zichtbaar achteruit en in zonlicht nog sneller. In het donker bewaard blijven de kleuren echter vrijwel onbeperkt houdbaar. Van pigment kan je verf maken door het intensief te mengen met een bindmiddel. De meeste pigmenten zijn goed lichtecht, maar er zijn ook minder betrouwbare pigmenten. Bij elke goede verf staat op de tube of de pot aangegeven hoe lichtecht het gebruikte pigment (en dus de verf in die bepaalde kleur) is.
Wat zijn primaire en secundaire kleuren?
De primaire kleuren zijn rood, geel en blauw. De drie secundaire kleuren zijn de kleuren die je krijgt door de primaire kleuren twee aan twee met elkaar te mengen, De secundaire kleuren zijn dan groen (geel + blauw) paars (blauw + rood) oranje (rood + geel).
Met welke drie of zes kleuren kan je het beste alle andere kleuren mengen?
Je zou denken dat je met de drie primaire kleuren het verste komt. Dat is in de praktijk niet het geval. De drie primaire kleuren zijn niet de drie beste kleuren om zo veel mogelijk andere kleuren te mengen. Gevoelsmatig zou je dat zeggen, maar dat is niet juist. Als je maar drie kleuren wil gebruiken bereik je het beste resultaat met de kleuren citroengeel, magentarood en cyaanblauw. Met die drie kleuren en wit kom je een aardig eind, maar je krijgt toch al snel problemen om heldere oranjes, mooie violette kleuren en neutrale grijze tinten te mengen. Al gauw heb je nog drie extra kleuren nodig om echt een goed resultaat te bereiken Die drie extra kleuren zijn heldergeel, vermiljoenrood en ultramarijnblauw. Met deze 3 + 3 = 6 kleuren en wit kom je een heel eind om alle andere kleuren en zelfs alle grijzen te mengen en ook zwart is zo goed als bereikbaar. Het is goed om een keer met deze 3 of 6 kleuren te experimenteren en te kijken wat er allemaal mogelijk is. Het beste is om plakkaatverf te gebruiken.
Waarom gebruiken we synthetische pigmenten?
In de eerste plaats kunnen we synthetische pigmenten maken met eigenschappen die we bij natuurlijke pigmenten niet vinden. Synthetische pigmenten zijn vaak lichtechter dan de vergelijkbare kleur uit de natuurlijke pigmenten, en sommige synthetisch vervaardigde kleuren kunnen we niet op een andere manier vinden. Verder is het maken van bijv. ijzeroxide-pigment goedkoper synthetisch te doen dan ijzeroxide op te graven en te zuiveren.
Wat is het verschil tussen klassieke en moderne pigmenten?
Klassieke pigmenten zijn in de natuur gevonden pigmenten die eventueel op eenvoudige chemische wijze, zoals verbranding, bewerkt zijn. Voorbeelden hiervan zijn gele oker en ultramarijn. Moderne pigmenten zijn pigmenten die niet in de natuur gevonden worden maar alleen in een chemische fabriek gesynthetiseerd kunnen worden zoal bijvoorbeeld de azo- en phtalo- en quinacridomepigmenten. Dit zijn organische, synthetische pigmenten.
Wat zijn de verschillen tussen organische en anorganische pigmenten?
Organische pigmenten zijn opgebouwd uit koolstofverbindingen. Van oorsprong waren ze dikwijls van dierlijke en plantaardige herkomst. Tegenwoordig worden ze synthetisch geproduceerd. Voorbeelden van klassieke organische pigmenten zijn sepia (dierlijk) en kraplak (plantaardig). Voorbeelden van synthetische organische pigmenten zijn: alizarine, azo-pigmenten (het gele, oranje en rode kleurgebied), phtalocyanine (blauwe en groene kleurgebied) en quinacridone (een lichtecht roodviolet pigment). Anorganische pigmenten (van minerale oorsprong) zijn metaalverbindingen, bijvoorbeeld oxides. Voorbeelden van natuurlijke anorganische pigmenten zijn ombers, okers en sienna's als deze uit de aarde worden opgegraven. Pigmenten met de zelfde benamingen worden echter ook synthetisch geproduceerd. Andere voorbeelden van synthetische anorganische pigmenten zijn de cadmiumgelen, -oranjes en -roden, kobaltblauw en titaanwit. In de praktijk van het schilderen maakt het geen verschil of je organische of anorganische pigmenten gebruikt en ook het verschil tussen "natuurlijke" en synthetische pigmenten is niet merkbaar.
Waarom zijn sommige kleuren verf transparant, alhoewel ze met pigment gemaakt zijn?
Dat komt omdat het gebruikte pigment dan transparant is. Ook onoplosbare stoffen kunnen transparant zijn. Hetzelfde geldt ten slotte voor kristallen en (half)edelstenen, die niet alleen in kleurverschillen, maar die kunnen variëren van helder transparant tot volstrekt ondoorzichtig. Kortom, transparantie is gewoon een eigenschap van het sommige pigmenten. Verf met een dekkend pigment zal bij een bepaalde laagdikte de ondergrond aan het oog onttrekken. Verf met een transparant pigment is bij dezelfde laagdikte doorzichtig. Niet elk dekkend pigment is even dekkend, niet elk transparant pigment even transparant. Vele variaties zijn mogelijk, van zeer transparant tot zeer dekkend. Toch zijn er verfsoorten, zoals plakkaatverf waarbij alle kleuren dekkend zijn, Dat komt in omdat er bij plakkaatverf een dekkende vulstof aan de verf is toegevoegd. Daardoor wordt elke kleur dekkend, ongeacht het type pigment dat is gebruikt.
Wat is de kleurencirkel en wat zijn complementaire kleuren?
Voor een beter begrip over kleuren, het mengen van kleuren en het toepassen van kleuren is het handig het kleurengamma weer te geven in een kleurencirkel. Voorbeelden van een kleurencirkel zijn het artists colourwheel en in de illustratie op deze pagina ziet u ook een kleurencirkel/ Complementaire kleuren zijn elk koppel van twee kleuren die recht tegenover elkaar liggen in de kleurencirkel. Rood en groen zijn dus elkaars complementaire kleuren, net als oranje en blauw. Geel en paars zijn ook complementair aan elkaar. Bij het mengen en m.b.t. de kleurcompositie in een schilderij is het handig om dit soort dingen te weten. Voor meer informatie kunt u het beste een boek over kleurenleer raadplegen.

Verschillende stoffen

  • Arabische gom: Afscheidingsproduct van tropische accacia. Opgelost in 2 gewichtsdelen water ontstaat na een dag weken een lijmoplossing als binder voor bijv. gouache. Het geschilderde blijft in water oplosbaar.
  • Beenderlijm: bindmiddel, verkregen door uitkoken van dierenbotten; na ontvetting. Stolt tot gelatine-achtige massa. Oplossen "au bain Marie".
  • Bijenwas: Natuurlijk ester van hogere alcoholen met hogere vetzuren. Bijen maken hiervan de honingraten. Toevoeging aan verf bevordert de houdbaarheid (maar benadeelt de hechting).
  • Candedilla was: Was gewonnen uit een grassoort. veroorzaakt grotere hardheid bij toevoeging aan bijenwas.
  • Caseïne: droge massa uit melk-eiwit, "opgesloten" in borax (het is niet oplosbaar). Daarbij verandert het poeder in een bindmiddel voor bijv. echte caseïne-tempera. Schildering droogt watervast op.
  • Carnauba was: Was gewonnen uit blad van een waaierpalm (Brazilië). Toegevoegd aan bijenwas geeft dit glans (boenwas).
  • Champagnekrijt: delfstof uit het Champagne-gebied (koolzure kalk). Gemengd met olie: mastiek, gemengd met lijm: te persen tot "krijtjes", gemengd met huidlijm en oker als doekgrondering.
  • Colophonium: Residu, verkregen bij het destilleren van terpentijn (uit boomhars). Wordt gebruikt voor vernissen, mastiek (en zegellak). Met gekookte terpentijn en lijnolie ontstaat een retouche-vernis.
  • Copalhars: Reukloze harssoort, deels uit fossiele, deels uit levende boomsoorten (Brazilië, Mexico, Oost-India).
  • Dammar hars: Hars van loofbomen uit de Sunda eilanden. Voor mediums en vernissen. Niet vergelend. Op te lossen in terpentijn, ether en gedeeltelijk in alcohol.
  • Huidlijm: bindmiddel verkregen door het uitkoken van huiden (konijnen, hazen).
  • Pijpaarde: Kalk- en ijzervrije, taaie witte kleisoort. In zuivere vorm is het kleurloos en kan zonder schade voor de kleur als "vulling" aan olieverven worden toegevoegd (werkt oxydatie-vertragend). Wordt tevens gebruikt bij de bereiding van pastelkrijt.
  • Puimsteen: gestolde lava. Sponsachtig en licht in gewicht. Wordt gebruikt als ontvetting voor bijv. tempera op droge olieachtige grond of als stuifmiddel over de lijmlaag op een doek om een ruwer oppervlak te verkrijgen. Tevens om de duurzaamheid van kalkmortel te verhogen (Fresco).
  • Sandarak: Droge, transparante hars uit boomschors (Noord Afrika). Opgelost in terpentijn als vernis gebruikt. Geheel oplosbaar in alcohol.
  • Schellak blank: Beste soort schellak, blank gemaakt door flinke dosering witte potas en chloor.
  • Schellak bruin: Harsachtige gomlak. Zweetproduct van schildluis, die leeft van Ficusplanten (India). Wordt, gesneden in dunne plaatjes, opgelost in spiritus (fixatief-vernis).

ONDERGRONDEN
Hoe wordt de kwaliteit van linnen en katoen aangegeven?

De kwaliteit wordt aangegeven in grammen per vierkante meter en/of het aantal draden per cm. of de draaddikte. Bij het weven van doek worden de draden in de lengterichting de schering genoemd en de draden in de breedterichting de inslagdraden. Als die draden dicht naast elkaar liggen dan spreek je van een dicht geweven doek. Liggen de draden verder uit elkaar dan spreken wij van een hol geweven doek. Bij een "hol geweven doek"kan je ,als je het doek tegen het licht houdt tussen de draden door kijken. Bij dubbeldraads linnen worden twee draden tegelijk gebruikt. Dat kan zowel voor de schering als voor de inslag gebeuren. Dubbeldraads linnen heeft dus een veel ruwere structuur dan gewoon linnen.
Linnen of katoen? Wat is de beste keus voor schildersdoek?
Welk doek of doekramen kiest u als ondergrond bij het schilderen? De keus tussen linnen en katoen lijkt makkelijk vanwege het prijsverschil, maar om een goed antwoord te geven op de vraag is de prijs niet het enige argument. Het is belangrijk om te weten wat de eigenschappen van linnen en katoen zijn, en hoe die eigenschappen van pas komen bij het schilderen. Beide materialen zijn een zuiver plantaardig natuurproduct. Wel zijn er duidelijke verschillen i.v.m. het gebruik als schilderondergrond, en zeker indien opgespannen op een spieraam. Daarnaast zijn de productieprocessen van linnen en katoen verschillend in hun milieubelasting. Linnen is sterker dan katoen. Het is niet alleen slijtvaster en duurzamer, linnen is ook beter bestand tegen scheuren en trekken. Daardoor is linnen meer geschikt om op te spannen, zeker op grote formaten. Katoen neemt makkelijker vocht op dan linnen en katoen staat dat opgenomen vocht ook weer makkelijker af. Dat brengt twee nadelen met zich mee: Bij het telkens weer opnemen van vocht uit de omgeving neemt katoen ook steeds meer vervuiling (b.v. zuren) op. Tevens verliest katoen ook makkelijk en vrij snel zijn spanning door die voortdurende vochtopname en -afgifte. Zowel tijdens als na het schilderen is het prettig als het doek op spanning blijft en niet snel "deukt". Een linnen doek laat meer technieken toe die het doek zwaar belasten en verliest ook veel minder snel spanning dan een katoenen doek. Natuurlijk is het mogelijk d.m.v. uitspieën een katoenen doek op spanning te houden, maar regelmatig uitspieën maakt niet alleen het doek, maar ook het spieraam minder sterk en minder stabiel op den duur zelfs te groot om netjes in de lijst te passen. Dan is er ook nog het minder bekende, maar niet minder belangrijke aspect van milieubeheer dat een argument kan zijn om voor linnen te kiezen. Bij de teelt van katoen wordt veel gebruik gemaakt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. De teelt van vlas (de enige grondstof voor linnen) is veel minder milieubelastend omdat daarbij nauwelijks kunstmest of bestrijdingsmiddelen gebruikt worden. Samenvattend kunnen we zeggen dat linnen doeken kwalitatief beter zijn dan katoenen doeken. Zeker als u uw werk exposeert en/of verkoopt is het belangrijk dat uw schilderijen er goed blijven uitzien. Linnen verdient dan de voorkeur. Aan de andere kant is voor studies en kleinere formaten een katoenen doek zeker een voordelig en goed bruikbaar alternatief. U kan met deze informatie een goede keus maken uit het totale aanbod doekramen. Wat betekenen termen als “canvas” en ”Duck-doek”?
De term canvas is verwarrend. Het engelse woord "cotton" betekent "katoen" en het engelse "linen" is in het Nederlands "linnen", maar met canvas kan zowel katoen als linnen worden bedoeld. Van origine betekent canvas linnen, maar onderhand wordt het steeds meer voor allerlei weefsels gebruikt. Uiteindelijk wordt met canvas meestal een zware soort katoendoek bedoeld. Ook de term "duck-doek"betekent meestal een zware kwaliteit katoen.
Wat is lompenhoudend papier, lompenpapier en katoenpapier?
Een betere grondstof voor papier is katoen. Vroeger werden katoenen lompen verzameld. Die lompen werden verscheurd tot kleine stukjes en in veel water vermalen tot een katoenpap.. Het is een witte natte dikvloeibare brij, ongeveer als dikke karnemelk. Als je een laagje van die brij op een platte zeef legt dan zinkt het water door de zeef weg en ontstaat een vel papier. Dat vel noemen wij 'zuiver lompenpapier'. Zuiver lompenpapier is veel sterker en duurzamer dan "houtvrij cellulose-papier", maar ook veel duurder, omdat katoen als grondstof veel duurder is dan cellulose. Wat je wel kunt doen is cellulosepap en katoenpap mengen in elke willekeurige verhouding. Je krijgt dan een papier dat beter is dan zuiver cellulose papier, maar niet zo goed (en niet zo duur) als een zuiver lompenpapier, Een papier dat gemaakt is van een mengsel van cellulosepap en katoenpap noemen we "lompenhoudend" Begrijpelijk is dat hoe hogerhet %% lompen (=katoen) hoe beter de kwaliteit papier. Voorbeelden van lompenhoudend papier zijn 4art aquarelbloks en 4art aquarelpapier vellen . Voorbeeld van een zuiver lompenpapier is fabriano artists aquarelpapier . Al jarenlang worden voor de fabricage van lompenpapier al geen lompen meer gebruikt, maar er wordt gewoon 'verse' katoen voor gebruikt. (overigens zijn wol of linnen onbruikbaar voor fabricage van goed papier)
Wat is het voordeel van basisch gebufferd papier en karton?
Zelfs als papier zuurvrij geproduceerd wordt kan het papier in de loop van de tijd toch nog verzuren. De lucht om ons heen bevat vrij vaak allerlei verontreinigingen zoals zure stikstof- en zwavelverbindingen. Papier kan vocht en zuur opnemen uit de lucht en zo kan zuurvrij papier alsnog zuurhoudend worden. Om papier tegen inkomende zuren te beschermen kan, tijdens de fabricage een buffer aan het papier worden toegevoegd die het eventuele binnenkomende zuur neutraliseert. Meestal wordt daar calciumcarbonaat voor gebruikt. Calciumcarbonaat is een base die effectief zuren neutraliseert. Als basisch gebufferd passe-partoutkarton gebruikt wordt voor inlijstingen dan beschermt dat karton tevens de ingelijste prent. Het karton vormt een buffer tussen de prent en de omringende atmosfeer, en helpt dus te voorkomen dat de prent verzuurt.
Wat is het verschil tussen een “klassiek” geprepareerd doek en een “universeel” geprepareerd doek?
De klassieke manier van prepareren betekent eerst een laag lijm (konijnen- of hazenlijm, of met een andere huid- of beenderlijm) om het doek of hout af te sluiten. Daaroverheen eventueel een laag magere witte olieverf (zinkwit, lijnolie en terpentijn) eventueel vermengd met krijt om de zuiging te versterken. Op deze ondergrond kan eigenlijk alleen met olieverf geschilderd worden omdat acryl niet houdt op een vette ondergrond. Tegenwoordig prepareert men hout en linnen door er direct gesso op aan te brengen. Gesso is een mengsel van acrylbinder met krijt (gips). Gesso betekent gips in het Italiaans. Voordat de gesso aangebracht wordt kan je eerst een laag pure (in water opgeloste) acrylbinder aanbrengen op het doek of hout (of papier). Dat is vooral te adviseren op sterk zuigende ondergronden als doek en karton. De klassieke manier van prepareren heeft een aantal nadelen. Het preparaat is gevoelig voor vocht. Dat vocht kan vanaf de achterkant of via craquelures aan de voorkant indringen in de lijmlaag. De lijmlaag gaat dan zwellen en laat mogelijk los van de ondergrond. De lijmlaag is ook vrij kwetsbaar: als je het doek zou oprollen kan de lijmlaag breken. (In dit verband is het goed om nog even te herhalen dat een schilderij beter met de afbeelding naar buiten gerold kan worden.) Gesso kent die problemen niet. Wel is bij een met gesso geprepareerd doek moeilijker te zien wat voor kwaliteit je hebt gekocht. Als niet de juiste acrylbinder is gebruikt, of als er te weinig krijt (gips) is toegevoegd dan krijg je een laag waarop verf niet lekker hecht. Het voordeel van gesso is ook nog dat het makkelijker is om gladde of ruwere ondergronden te maken. Gesso kan geschuurd worden tot het glimmend glad is, maar het kan ook ruw gemaakt worden door toevoeging van vulmiddelen of door het met een ruwe roller op te brengen.
Wat is het verschil tussen "houthoudend" en "houtvrij" papier?
De meest gebruikte grondstof voor papier is hout. Het hout wordt versnipperd en daarna in veel water gemalen tot een soort papperige substantie, de houtpap. Die pap wordt gekookt met behulp van chemische toevoegingen zodat alle levende (zure en snel verkleurende) stoffen weg zijn gekookt. Wat dan overblijft is zuivere cellulosepap. Het is een witte natte dikvloeibare brij, ongeveer als dikke karnemelk. Als je een laagje van die brij op een platte zeef legt dan zinkt het water door de zeef weg en ontstaat een vel papier. Dat vel noemen wij 'houtvrij'. Als je probeert van de ongekookte houtpap papier te maken dan lukt dat niet goed omdat de houtvezels geen samenhangend vel kunnen vormen. Wat je wel kunt doen is aan de cellulosepap een percentage ongekookte houtpulp toevoegen. Als je van die mix papier maakt ontstaat houthoudend papier. Houthoudend papier is dus zuurhoudend en het verkleurt snel. Houthoudend papier is wel goedkoper omdat het deels gemaakt is met houtpulp, en onbewerkte houtpulp is natuurlijk goedkoper dan de bewerkte cellulosepap Voorbeelden van houthoudend papier zijn vellen romandruk , schetsbloks , krantenpapier, sommige verpakkingskartonnen, houtbord en het papier waarvan pocketboekjes gemaakt zijn. Zuiver cellulosepapier is dus houtvrij papier omdat het geen echte houtresten meer bevat. De meeste witte papieren zijn houtvrij, zoals tekenpapier, offsetpapier, vrijwel alle kopieerpapieren etc. Dat wil nog niet zeggen dat alle houtvrije papieren ook zuurvrij zijn, maar ze bevatten in ieder geval veel minder zuur dan houthoudend papier.
Wordt rijstpapier van rijst gemaakt?
In plaats van katoen of cellulose (gewonnen uit hout) kunnen ook heel veel nadere plantenvezels gebruikt worden als grondstof voor papier. Vooral in China, Japan en India worden ook de vezels van de rijstplant (niet de rijst zelf) gebruikt om papier te maken. De vezels worden op dezelfde manier bewerkt als hout tot een cellulosepap en van die cellulosepap wordt dan ook weer een hoogwaardig papier gemaakt. In de genoemde landen gebruikt men veel halfdoorschijnend papier voor kamerschermen en ook dun papier voor aquarel en calligrafie. Deze papieren noemen wij in het westen dan ook rijstpapier . Verder wordt in het verre oosten ook papier gemaakt van andere planten. Vaak zijn dit zeer decoratieve papieren, die u het beste in een van onze winkels kunt uitzoeken. Vroeger werd ook stro gebruiken om er karton van te maken en papierkunstenaars experimenteren nog dagelijks met allerlei andere planten als hennep en brandnetels om bijzondere papieren te maken.
Als een opgespannen doek een beetje ‘scheluw’ is hoe kan je dat verhelpen?
Een doek staat scheluw als het doek gedraaid is en dus niet meer een plat vlak vormt. Door de hoeken die naar voren wijzen een beetje uit te spieën kan het doek weer recht trekken. opm.: Het kan ook voorkomen dat een doek niet "haaks" is. D.w.z. dat het doek "scheef" staat en de hoeken dus niet precies haaks (90 graden) zijn. Jammer genoeg is daar niet veel aan te doen. De enige mogelijkheid is het doek van het spieraam te halen, het spieraam haaks te maken en het doek opnieuw op te spannen. U kan gemakkelijk controleren of een spieraam of doek haaks is door de beide diagonalen te meten. Als de diagonalen even lang zijn is het spieraam haaks. Dat opmeten hoeft net met een meetlint of maatlat, Je kan gewoon een touwtje nemen en de lengtes van de diagonalen vergelijken.
Wat zijn de voor- en nadelen van polyester doek?
In tegenstelling tot natuurlijke vezels als katoen en linnen is polyester schilderdoek ongevoelig voor vocht- en temperatuurverschillen en dus zeer bestand tegen veroudering. Hier staat tegenover dat polyestervezel wel rekbaar is maar niet elastisch. Als er een deuk in het doek zit is dit niet meer te herstellen. Bij linnen en katoenen doeken is een kleine deuk te herstellen door het doek aan de achterkant te bevochtigen op de plaats van de deuk en het doek daarna te laten drogen. Bij iets grotere deuken kan dat drogen geforceerd worden (door het gebruik van b.v. een haardroger) om het herstellend effect te versterken. Wel is het oppassen geblazen, omdat (plaatselijk) geforceerd drogen extra spanning op het doek kan geven. Een ander verschil tussen synthetische vezels (rayon, polyester) t.o.v. natuurvezels (katoen en linnen) is dat kunststofvezels erg regelmatig zijn en polyester doek ziet er dan ook een beetje "steriel" uit. Katoenen en linnen doeken hebben een iets minder regelmatige structuur en dat wordt vaak als een prettige bijkomstigheid gezien.
Hoe gebruiken we de spietjes die bij een spieraam geleverd worden?
In iedere hoek in de binnenkant van het raam (ook bij eventuele dwarslatten) zitten gaatjes waar de spietjes met de scherpe punt in geplaatst kunnen worden. Als het doek gaat lubberen worden de spietjes verder ingeslagen waardoor het spieraam vergroot wordt. Hierdoor wordt het doek aangespannen. Het doek mag niet te strak uitgespied worden; bij zeer geringe luchtvochtigheid kan er grote spanning op het doek komen te staan en kan het doek scheuren. Spietjes mogen niet gebruikt worden tijdens het spannen om het doek op spanning te brengen! Je mag ze alleen gebruiken als het doek slap is gaan hangen in de loop van de tijd. Het is dus ook beter om ze niet direct na aankoop van het doek in de hoeken te zetten.
Is het mogelijk om klei rechtstreeks op het doek aan te brengen?
Ongebakken klei rechtstreeks op doek aanbrengen is niet mogelijk omdat klei altijd krimpt bij het drogen. Andere mogelijkheden: Voorwerp maken van klei, bakken in de oven en dan met gel op het doek plakken Zelfdrogende lichtgewicht klei gebruiken, bijv. Fimo. Dat krimpt wel iets bij het drogen, maar na droging kun je het met gel plakken en hangt het niet zo zwaar aan het doek als echte klei Geen klei gebruiken, maar Modeling Paste. Dat kleeft meteen op het doek en is na droging overschilderbaar. Papiermache of gelijmd houtpoeder gebruiken als plastische massa.
Als linnen met Gesso wordt geprepareerd, komt de Gesso plaatselijk door het doek heen waardoor aan de achterkant allemaal witte bobbeltjes te zien zijn. Is dit een bezwaar? Technisch is dit niet echt een bezwaar; het ziet er aan de achterkant alleen wat minder netjes uit en het zou door oneffenheden problemen kunnen geven als het doek ooit verdoekt zou moeten worden. Hoe losser het doek geweven is, hoe meer gesso er doorheen zal dringen. U kunt dit overigens makkelijk voorkomen door het doek eerst voor te lijmen met acrylbinder . De lijm maakt de vezels van het doek minder absorberend en sluit de ruimte tussen de vezels af. Een bijkomende eigenschap van een voor-gelijmde prepareringslaag is dat het oppervlak van het doek uiteindelijk minder ruw zal zijn.

KUNSTSTOFFEN
Wat zijn de voor- en nadelen van PVC-hoezen?

PVC (polyvinylchloride) is een van de makkelijst te bewerken transparante kunststoffen. Het laat zich makkelijk snijden, lassen (plakken) en kleuren, PVC is niet kostbaar en de meest gebruikelijke kunststof voor presentatiehoezen en U-hoezen groter dan A4. Pvc-presentatiehoezen en Pvc-U-hoezen hebben echter ook nadelen. PVC is behoorlijk milieuonvriendelijk, zeker als je het probeert te verbranden. Een ander groot nadeel is dat pvc, een plastic is dat weekmaker bevat. Die weekmaker verdampt in de loop van de tijd langzaam uit het plastic. Bij lage temperaturen gebeurt dit vrij traag en bij hogere temperaturen vrij snel. Als pvc in een gesloten verpakking langdurig bewaard wordt en zeker als het warm wordt dan vormt zich dus een damp van weekmaker in de beperkte ruimte. Die damp laat het pvc golven en vervormen en dat is een vrij nadelige eigenschap van pvc. De weekmaker werkt ook in op de toner van (foto)kopieën en laserprints en ook op de inkten van drukwerk en soms ook op foto's. Als je (foto)kopieën e.d. in pvc hoezen stopt dan plakt de afbeelding vast aan de hoes. Zolang de afbeelding in de hoes blijft zie je dat niet, maar als je de afbeelding er uithaalt dan zit je met de gebakken peren Ook als je opgeplakte foto's of andere opgeplakte dingen in pvc hoezen stopt moet je erg uitkijken. De damp van vluchtige oplosmiddelen is funest voor pvc hoezen. Als je bijvoorbeeld plakt met rubbercement dan moet de lijm minstens 24 uur drogen voor je het gelijmde in de hoes stopt.
In welke doorzichtige kunststof kan ik veilig mijn foto’s, artwork en drukwerk bewaren?
Vellen glasheldere polyester zijn bij uitstek geschikt voor het beschermen van tekeningen en foto's die niet makkelijk in een hoes passen. Polyester is een zeer stabiele kunststof. Het is zeer maatvast en vormvast en kan gemaakt worden in absoluut glasheldere kwaliteiten. Daarbij is het chemisch volledig inert. Het bevat geen zuur, loog of weekmakers, het veroudert niet en verkleurt niet. Daardoor is polyester buitengewoon geschikt voor bescherming van museale prenten.
Welk schuim zit er in schuimkarton en welke eigenschappen heeft dat schuim?
De binnenzijde van Masterfoam schuimkarton is gevuld met polystyreenschuim. Het schuim in schuimkarton heeft een "gesloten celstructuur en is daardoor van aanzienlijk betere kwaliteit dan de bekende isolatieplaten van "bolletjes-polystyreenschuim. Toch is ook polysy=tyreenschuim met een gesloten celstructuur alleen goed te snijden met een vlijmscherp mes. Als je een minder scherp mes gebruikt dan "rult" het schuim makkelijk en krijg je geen scherpe snijrand. Polystyreenschuim is ook gevoelig voor niet-waterige lijmen en het hecht slecht met waterhoudende lijmen. Gelukkig is er speciale lijn voor polystyreenschuim op de markt en we adviseren dan ook om die lijm te gebruiken.